De wereld van Luscii
‘Geen gillende sirenes: een wereld van verschil’

CCU verpleegkundige Bep Sonneveld werkt al 35 jaar op de cardiologie. Ze maakte de opkomst van de trombolyse mee en de eerste katheterisatie- en dotterbehandelingen. Sinds kort begeleidt ze patiënten op afstand met de Luscii app. Aanvankelijk was Bep sceptisch, maar dat maakte al snel plaats voor enthousiasme.

Waarom zoveel liefde voor cardiologie?

‘Vijfendertig jaar geleden ben ik als verpleegkundige inservice opgeleid. Ik moest op alle afdelingen in het ziekenhuis stage lopen en verloor mijn hart aan de cardiologie. Dat zit hem deels in de technische handelingen, maar vooral in het begeleidingsaspect. Ik zie regelmatig angstige mensen. Hen geruststellen en informeren, dat vind ik mooi om te mogen doen. Dat zo’n klein orgaan als het hart zoveel impact heeft, blijft me verwonderen.’ 

Wat doe je nu precies in het ziekenhuis?

‘Ik heb een combi-baan. Op de hartbewaking verpleeg ik mensen die enkele uren eerder gekatheteriseerd zijn. Anderen lijden aan acuut hartfalen of hebben last van een ritmestoornis. Ik verdiep me in hun achtergrond en begeleid hen de hele dag. Medicatie instellen, observeren, geruststellen, visite lopen met de arts. De doorloop is hoog. Als ik een patiënt overplaats naar een reguliere afdeling ligt de volgende al op me te wachten. Op de polikliniek zie ik dezelfde categorie patiënten, maar dan in een andere fase. De relatie is ook heel anders. Sommige van hen begeleid ik jarenlang en dan bouw je echt een band op.’

Zo’n combi-baan, heeft dat meerwaarde?

‘O ja! Soms verpleeg ik mensen op de CCU die me kennen van de polikliniek. Die zijn dan zo blij om een vertrouwd gezicht te zien. Andersom gebeurt dat trouwens ook. En zelfs als ik mensen op de polikliniek ontvang die ik niet eerder gezien heb, weet ik wel wat ze hebben doorgemaakt op de CCU. Dat draagt allemaal bij aan de continuïteit van zorg.’ 

Sinds kort begeleid je mensen met chronisch hartfalen op afstand. Hoe bevalt dat? 

‘Eigenlijk heel goed. We krijgen het gewicht, de bloeddruk en de hartslag via de app door vanuit de thuissituatie. En met een beeldverbinding kunnen we mensen zien. Dat heeft zoveel meerwaarde. Achteruitgang hebben we nu veel eerder in beeld. Je ziet bijvoorbeeld het gewicht toenemen voordat er serieuze klachten ontstaan. Zo hebben we al drie keer een acute opname voorkomen. Uiteindelijk werden het wel opnames, maar niet met gillende sirenes. Als mensen nog goed genoeg zijn om zichzelf te melden maakt dat echt een wereld van verschil.’ 

Maar je was niet meteen enthousiast? 

‘Ik dacht, nu gaan we dus alleen nog maar “computer behandelen”. Maar dat is helemaal niet zo. Met beeldbellen spreekt je patiënten niet alleen, je ziet hen ook zitten in de thuissituatie. Je kunt daardoor van alles observeren: hoe ze praten, hoe ze zitten, de kleur van de huid. Eigenlijk alles wat je normaal ook doet wanneer iemand tegenover je zit. Het voelt gewoon heel natuurlijk.’  

En zijn patiënten er ook blij mee?

‘Voor patiënten is het een toegankelijk systeem. Ze pikken het allemaal snel op. Omdat ze zelf hun bloeddruk en gewicht meten leren ze zelf ook wat hun normale waarden zijn. Het ziekte inzicht neemt daardoor toe. Bij de mensen die nog niet zolang bekend zijn met hartfalen zie ik dat monitoren op afstand vooral geruststellend werkt. De angst neemt af. Zij voelen zich goed in de gaten gehouden.’

Zie je ruimte voor uitbreiding?

‘De ligduur in het ziekenhuis wordt steeds korter. Soms denk ik, hou mensen voor de zekerheid een dagje langer. Mensen met hartfalen die bijvoorbeeld nog niet zo lang van de furosemide pomp af zijn, zou ik het liefst nog even in het zicht hebben. Nu bellen we hen na drie dagen. Het zou mij een goed gevoel geven als we hen na ontslag meteen kunnen monitoren in de thuissituatie.’