De wereld van Luscii
‘Zo komen jaarlijks duizenden mensen onnodig op de spoedeisende hulp terecht’

Ziekenhuizen liggen vol, de spoedeisende hulp is overbelast en de vergrijzing is nog lang niet op haar hoogtepunt. Hoe houden we de zorg toekomstbestendig? Luscii laat zorgprofessionals aan het woord die onderdeel zijn van de oplossing. Vandaag praten we met verpleegkundig specialist acute zorg Rudolf Tolsma. Hij onderzoekt of de triage van mensen met pijn op de borst verplaatst kan worden van de spoedeisende hulp naar de thuissituatie. 

Wat is triage en waarom is dat zo belangrijk?

‘Pijn op de borst is een veel voorkomende aanleiding voor mensen om de ambulance te bellen. Ze zijn bang voor een hartinfarct, maar vaak is er een andere oorzaak zoals stress of spierpijn. Op jaarbasis komen zo duizenden mensen op de spoedeisende hulp terecht terwijl een bezoek aan de huisarts meer op zijn plaats is. Voor patiënten is dat beangstigend en stressvol. Voor artsen en verpleegkundigen op de spoedeisende hulp betekent het dat ze hun kostbare tijd investeren in mensen die hun hulp eigenlijk niet nodig hebben. Triage is onderscheid maken, in dit geval tussen pijn die door hartschade wordt veroorzaakt en pijn met een minder ernstige herkomst. Dat is voor alle betrokkenen van belang.’

Is de triage ingewikkeld?

‘Eigenlijk niet. Artsen in de regio Utrecht hebben jaren terug een instrument ontwikkeld, de HEART score, waarmee je eenvoudig en betrouwbaar kunt voorspellen hoe groot de kans is dat de pijn op de borst wordt veroorzaakt door een hartaandoening. Hierbij wordt geluisterd naar de klachten die er zijn, het hartfilmpje wordt beoordeeld, we kijken naar de leeftijd, naar risicofactoren als diabetes, overgewicht of een eerder doorgemaakt infarct. Tot slot nemen we bloed af en beoordelen het troponinegehalte. Troponine is een enzym dat vrijkomt in het bloed als er sprake is van zuurstofschade bij het hart.’

Wat is dan het probleem? 

‘De HEART score werkt in de praktijk prima als triage-instrument. Alleen gebeurt het nu op de spoedeisende hulp vanwege de bloedtest. Als er een laag risico is mogen mensen naar huis zonder vervolgafspraak. Bij hoog risico volgt opname. Maar mensen worden dus wel allemaal naar de spoedeisende hulp gebracht. Inmiddels is de techniek zo ver gevorderd dat de bloedtest in de ambulance kan worden gedaan. Wij onderzoeken daarom of ambulanceverpleegkundigen de triage met behulp van de HEART score veilig in de thuissituatie kunnen uitvoeren. Dat zou betekenen dat een grote groep mensen met een laag risico niet meer naar het ziekenhuis hoeft.’

Hoe ervaren patiënten dat? 

‘Je moet het goed uitleggen als ambulanceverpleegkundige. En ik denk ook dat het goed uit te leggen is. Bedenk dat we vroeger ook wel mensen thuis lieten, alleen deden we dat op basis van klinisch inzicht of gevoel. De bloedtest is een extra bewijsmiddel. Mensen zijn vaak doodsbang door de pijn op hun borst, maar voelen een zucht van verlichting als het hartfilmpje geen afwijkingen laat zien en de bloedtest goed is. Overigens gaan we tijdens de studie altijd drie uur later nog een keer langs om de bloedtest te herhalen. We onderzoek of de troponine misschien toch nog door stijgt na het eerste bezoek.’

Wat gebeurt er als de ambulanceverpleegkundige het toch niet vertrouwt, ondanks een laag risico? 

‘De HEART score helpt, maar is zeker niet leidend. Als je een niet pluis gevoel hebt moet je de patiënt dan ook gewoon meenemen naar het ziekenhuis. Maar daar zijn ambulanceverpleegkundigen wijs genoeg voor.’ 

Wat ga je zelf doen als de studie is afgerond?

‘Na een periode werkzaam te zijn geweest op de spoedeisende hulp van het Isala ziekenhuis keer ik weer terug naar de ambulancezorg. Ik ben er achter gekomen dat mijn hart toch meer ligt bij de prehospitale zorg. De sector is enorm in beweging en ik ben bij mooie onderzoeken en projecten betrokken. Hoewel de uitdagingen groot zijn zie ik mooie dingen gebeuren. Op de meldkamer werd vroeger bijvoorbeeld een keuze gemaakt tussen politie, brandweer of ambulance. Nu zijn er projecten waarbij er meer gedaan wordt aan zorgcoördinatie. Zo is er bijvoorbeeld ook een arts en iemand van de thuiszorg aanwezig op de meldkamer. We kijken veel specifieker wat nodig is: een ambulance? Een huisarts? Een wijkverpleegkundige? Zo komen we steeds meer tot de juiste zorg op de juiste plaats. De patiënt staat daarbij nadrukkelijk centraal, en daar is het ons uiteindelijk allemaal om te doen!’ 

Ben jij als zorgprofessional ook onderdeel van de oplossing? Mail dan naar Hugo@luscii.com!