De wereld van Luscii
‘Ineens wilden cliënten een selfie met me maken’

Hoe houden we de zorgsector toekomstbestendig? Luscii laat professionals aan het woord die onderdeel zijn van de oplossing. Vandaag praten we met verpleegkundige Tommie Niessen. Zijn verhalen over zorg bereiken een breed publiek en plaatsen de sector in een zeer positief daglicht. Maar hij vindt wel dat werkgevers beter voor hun medewerkers mogen zorgen. 

Wat is er zo mooi aan het vak?

‘Als tiener heb ik allerlei opleidingen geprobeerd. Marketing, ict, maar ik voelde me nergens echt thuis. Omdat ik toch een inkomen nodig had ben ik als huishoudelijke hulp gaan werken, en merkte dat ik vaak een klik met ouderen heb. Het leek mijn moeder daarom een goed idee als ik de opleiding tot ziekenverzorgende zou gaan doen. Tijdens mijn eerste stage leerde ik een oude man kennen die me aan mijn overleden opa deed denken. Ik kon het goed met de man vinden. Hij woonde in een wat vervallen huis met bruine meubels en kale muren. Om de boel wat op te vrolijken heb ik hem de schilderijen van mijn overleden opa gegeven. Hij was blij, maar ik ook: eindelijk had ik de juiste richting gevonden. Toen ik eenmaal ziekenverzorgende was heb ik daarom ook nog de verpleegkunde opleiding gedaan.

In de zorg kun je op een heel directe en persoonlijke manier iets voor iemand betekenen. Of je nu emotionele steun geeft, of een steunkous aantrekt maakt wat dat betreft niet uit. Het geeft voldoening om iets voor een ander te doen, dan is het toch mooi als je daar je werk van maakt? Ik vraag me trouwens af of mijn patiënten beseffen wat ze voor mij betekenen. Hun levenservaring is voor mij vaak een soort boekenkast waarin ik terecht kom.’ 

Het lukt je heel goed om je ervaringen over te brengen in verhalen, hoe doe je dat? 

‘Verhalen schrijven deed ik altijd al, maar ik ben er wel in gegroeid. Ik vind taal gewoon super gaaf. Ik lees ook graag. Mijn verhalen gaan doorgaans over heel kleine dingen. En de manier waarop je iets overbrengt bepaalt hoe het ontvangen wordt. Mijn opa was vroeger journalist en mijn vader schrijft ook mooie stukjes, al doet hij er weinig mee. Het zit dus wel een beetje in de familie.’  

Ben je verbaasd over je eigen ontwikkeling?

‘Soms denk ik: alles valt op zijn plek. Nu ik ouder ben zie ik in dat de dingen die ik vroeger gedaan heb niet voor niets zijn geweest. Toen ik marketing deed sprak ik vaak voor grote groepen. Op die ervaring bouw ik nu voort. Ict? Ik doe nu veel met social media. Maar verbaasd ben ik niet echt. Dingen gaan zoals ze gaan. Ik heb ook geen idee waar ik over tien jaar sta. Ik zie wel, en dat maakt het leven juist mooi.’ 

Het gebeurt regelmatig dat je mensen inspireert om voor de zorg te kiezen. Hoe voelt dat? 

‘Dat vind ik heel bijzonder. Uiteindelijk maken mensen zelf die keuze, maar als ik daar een steentje aan bij heb mogen dragen is dat super leuk. Maar het is niet mijn doel om mensen naar de zorg toe te lokken. Ik wil gewoon realistische verhalen vertellen. Ik heb weleens een aanbod gehad om voor een mooi bedrag actief mensen richting de zorg te schrijven, maar daar voel ik niks voor. Verhalen schrijven doe ik voor mezelf, ik hou de regie.’ 

Je boek is een groot succes en je geeft regelmatig lezingen. Wat is er voor jou veranderd in je werk? 

‘Ineens wilden cliënten een selfie met me maken. Zulke dingen vind ik wel apart. Mensen krijgen ook een ander beeld van je. Dan ben je plots Helmonder van het jaar. Dat maakt het niet altijd makkelijker. Het afgelopen jaar heb ik mensen met dementie individueel begeleid, dus had ik niet veel met collega’s te maken. Alleen in de groepsapp hoor ik dan vaak: jij bent toch die Tommie? In december ga ik weer in de wijk met collega’s werken en ben wel benieuwd hoe dat gaat. Ik hoop dat ze me gewoon als hun collega Tommie zien. Ik heb er wel over nagedacht om alleen nog maar lezingen te geven, of om docent verpleegkunde te worden, maar dat wil ik nog helemaal niet. Ik voel niet dat ik weg wil van het bed.’ 

Wat moet er wat jou betreft gebeuren om de zorg aantrekkelijk te houden? 

Zorgorganisaties moeten goed voor hun medewerkers zorgen. Dan doen de medewerkers de rest. Daar ben ik van overtuigd. Het begint ermee dat de wensen van zorgverleners meer centraal mogen staan. Wil je alleen nachtdiensten werken? Dan moet dat kunnen. Alleen overdag? Ook goed. Natuurlijk moet er af en toe een concessie worden gedaan, maar dat iedereen alle diensten moet doen is zo achterhaald. Waarom worden zoveel mensen zzp’er? Omdat ze iets missen bij hun organisatie. En meestal is dat de vrijheid om zelf te bepalen wanneer je werkt.

Het vak is prachtig, daar hoeven we niets aan te veranderen. Maar maak het als werkgever aangenamer. Tijd is wat dat betreft heel belangrijk. Natuurlijk kan ik in tien minuten de steunkousen van meneer Jansen aandoen en zijn ogen druppelen. Dat haal ik makkelijk, maar meneer Janssen heeft dan nauwelijks de ruimte om nog iets te vertellen. Zorg is tegenwoordig zo gericht op productie, en qua bureaucratie zo complex gemaakt met allerlei ingewikkelde geldstromen, dat haalt het menselijk aspect eruit. Naast vrijheid en tijd is waardering belangrijk. Dat schouderklopje van de manager is er meestal wel, maar een hoger salaris en betere secundaire arbeidsvoorwaarden zouden niet misstaan. Waarom krijgen mensen in de zorg bijvoorbeeld niet een gratis zorgverzekering? Dat zou het werk een stuk aantrekkelijker maken.’

Kunnen zorgverleners zelf iets veranderen aan hun werkomstandigheden?  

‘Zorgverleners zorgen slecht voor zichzelf. Ze gaan maar door en willen hun collega’s en patiënten niet in de steek laten. Het verantwoordelijkheidsgevoel is groot. Zo groot dat ze erdoor in de problemen komen. Mijn vriendin was zwanger, en ik heb haar zelf ziek moeten melden. Het ging gewoon niet meer. Dikke benen enzo. Maar ze wilde perse door tot haar verlof. Ze dacht alleen maar aan haar collega’s en cliënten. Da’s mooi, maar niet mooi als je er zelf aan onderdoor gaat.

Veel van dit soort problemen kunnen we als zorgverleners zelf oplossen. We hebben het altijd over verpleegkundig leiderschap. Maar ik zou ook graag leiderschap zien van verzorgenden en helpenden. Als al deze mensen assertiever worden, en eerder gezamenlijk nee zeggen tegen zaken die opgelegd worden, dan hou je meer grip op je werkomstandigheden. Dat het vooralsnog niet gebeurt, zit toch een beetje in de beroepsgroep zelf. Er wordt onmachtig naar boven gekeken. Zij bepalen toch wel wat wij moeten doen. Maar als je collectief nee zegt tegen een plan dat de werkdruk alleen maar groter maakt ontslaan ze heus niet het hele team. En kijk ook eens om je heen. Welke zaken zijn echt belangrijk, en wat zou er allemaal aan handelingen geschrapt kunnen worden? Met assertiviteit en een kritische blik kunnen teams het werk gezamenlijk ook zelf een stuk aantrekkelijker maken.’

Foto’s van Tommie: Dennis Vloedmans