De wereld van Luscii.
Het podium voor zorgprofessionals.

Luscii en Indiveo slaan handen ineen voor zelfmanagement

Interactieve educatie nieuwe standaard bij patiëntvoorlichting

De voorlichtingsvideo’s en animaties van Indiveo zijn vanaf nu ook te vinden in de Luscii app voor telebegeleiding. Zo leren patiënten op een toegankelijke manier omgaan met hun ziekte. De samenwerking tussen Luscii en Indiveo brengt mogelijkheden voor zelfmanagement naar een hoger niveau.

Indiveo

Longarts Ralph Koppers uit het Medisch Centrum Leeuwarden stoorde zich aan de patiëntenfolders vol algemene informatie en lange lappen tekst. Om dat te veranderen richtte hij samen met ontwerper Edwin de Boer Indiveo op. In de vorm van zogenaamde Divi’s bieden zij toegankelijke en op maat gemaakte patiëntinformatie met beeld en geluid. Er zijn al meer dan 30.000 patiënten via Indiveo voorgelicht. “We zien dat mensen door onze informatievoorziening minder onzeker zijn over wat er gaat gebeuren”, aldus de longarts.

 

 

Educatie via de Luscii app

De Luscii app wordt inmiddels in bijna de helft van de Nederlandse ziekenhuizen ingezet. De app biedt drie hoofdfuncties om patiënten op afstand te begeleiden: thuismeten, educatie en contact. “Wij wilden ons educatieve deel moderniseren maar alleen met de allerbeste gebruikservaring“ zegt dr. Joris Janssen, Head of Product bij Luscii. “Cid Berger, commercieel directeur bij Zorgverzekeraar De Friesland, bracht ons met Indiveo in contact. Zij hadden via hun stichting de totstandkoming van meerdere Divi’s gefinancierd en zagen mooie synergie.”

Elkaar versterken

Luscii heeft als doel patiënten te begeleiden naar zelfstandigheid. “Zelfmanagement is daarbij cruciaal”, benadrukt Joris. “Door Indiveo te integreren in Luscii is dit op een heel moderne wijze mogelijk. Op maat gemaakte informatie is direct zichtbaar in de app. En we ontwikkelen gezamenlijk ​Kennisbiites​. Dat zijn korte, interactieve vragenlijsten die patiënten digitaal coachen bij alledaagse situaties. Beweging, voeding, het in stand houden van je netwerk; het komt allemaal aan de orde in de ​Kennisbiites.​ Ook longarts Ralph Koppers is daar enthousiast over. “Op deze wijze kunnen we onze Divi’s nog breder inzetten en uitbouwen.”

1 app voor elk ziektebeeld

De integratie van Luscii en Indiveo is gestart voor mensen met COPD. Maar daar stopt het niet. Er zijn Divi’s voor vele specialismen en ook Luscii is al in allerlei vakgroepen inzetbaar. De samenwerking is een mooi voorbeeld hoe Nederlandse bedrijven elkaar versterken.

Meer informatie: ​www.luscii.com/zelfmanagement

‘Ineens wilden cliënten een selfie met me maken’

Hoe houden we de zorgsector toekomstbestendig? Luscii laat professionals aan het woord die onderdeel zijn van de oplossing. Vandaag praten we met verpleegkundige Tommie Niessen. Zijn verhalen over zorg bereiken een breed publiek en plaatsen de sector in een zeer positief daglicht. Maar hij vindt wel dat werkgevers beter voor hun medewerkers mogen zorgen. 

Wat is er zo mooi aan het vak?

‘Als tiener heb ik allerlei opleidingen geprobeerd. Marketing, ict, maar ik voelde me nergens echt thuis. Omdat ik toch een inkomen nodig had ben ik als huishoudelijke hulp gaan werken, en merkte dat ik vaak een klik met ouderen heb. Het leek mijn moeder daarom een goed idee als ik de opleiding tot ziekenverzorgende zou gaan doen. Tijdens mijn eerste stage leerde ik een oude man kennen die me aan mijn overleden opa deed denken. Ik kon het goed met de man vinden. Hij woonde in een wat vervallen huis met bruine meubels en kale muren. Om de boel wat op te vrolijken heb ik hem de schilderijen van mijn overleden opa gegeven. Hij was blij, maar ik ook: eindelijk had ik de juiste richting gevonden. Toen ik eenmaal ziekenverzorgende was heb ik daarom ook nog de verpleegkunde opleiding gedaan.

In de zorg kun je op een heel directe en persoonlijke manier iets voor iemand betekenen. Of je nu emotionele steun geeft, of een steunkous aantrekt maakt wat dat betreft niet uit. Het geeft voldoening om iets voor een ander te doen, dan is het toch mooi als je daar je werk van maakt? Ik vraag me trouwens af of mijn patiënten beseffen wat ze voor mij betekenen. Hun levenservaring is voor mij vaak een soort boekenkast waarin ik terecht kom.’ 

Het lukt je heel goed om je ervaringen over te brengen in verhalen, hoe doe je dat? 

‘Verhalen schrijven deed ik altijd al, maar ik ben er wel in gegroeid. Ik vind taal gewoon super gaaf. Ik lees ook graag. Mijn verhalen gaan doorgaans over heel kleine dingen. En de manier waarop je iets overbrengt bepaalt hoe het ontvangen wordt. Mijn opa was vroeger journalist en mijn vader schrijft ook mooie stukjes, al doet hij er weinig mee. Het zit dus wel een beetje in de familie.’  

Ben je verbaasd over je eigen ontwikkeling?

‘Soms denk ik: alles valt op zijn plek. Nu ik ouder ben zie ik in dat de dingen die ik vroeger gedaan heb niet voor niets zijn geweest. Toen ik marketing deed sprak ik vaak voor grote groepen. Op die ervaring bouw ik nu voort. Ict? Ik doe nu veel met social media. Maar verbaasd ben ik niet echt. Dingen gaan zoals ze gaan. Ik heb ook geen idee waar ik over tien jaar sta. Ik zie wel, en dat maakt het leven juist mooi.’ 

Het gebeurt regelmatig dat je mensen inspireert om voor de zorg te kiezen. Hoe voelt dat? 

‘Dat vind ik heel bijzonder. Uiteindelijk maken mensen zelf die keuze, maar als ik daar een steentje aan bij heb mogen dragen is dat super leuk. Maar het is niet mijn doel om mensen naar de zorg toe te lokken. Ik wil gewoon realistische verhalen vertellen. Ik heb weleens een aanbod gehad om voor een mooi bedrag actief mensen richting de zorg te schrijven, maar daar voel ik niks voor. Verhalen schrijven doe ik voor mezelf, ik hou de regie.’ 

Je boek is een groot succes en je geeft regelmatig lezingen. Wat is er voor jou veranderd in je werk? 

‘Ineens wilden cliënten een selfie met me maken. Zulke dingen vind ik wel apart. Mensen krijgen ook een ander beeld van je. Dan ben je plots Helmonder van het jaar. Dat maakt het niet altijd makkelijker. Het afgelopen jaar heb ik mensen met dementie individueel begeleid, dus had ik niet veel met collega’s te maken. Alleen in de groepsapp hoor ik dan vaak: jij bent toch die Tommie? In december ga ik weer in de wijk met collega’s werken en ben wel benieuwd hoe dat gaat. Ik hoop dat ze me gewoon als hun collega Tommie zien. Ik heb er wel over nagedacht om alleen nog maar lezingen te geven, of om docent verpleegkunde te worden, maar dat wil ik nog helemaal niet. Ik voel niet dat ik weg wil van het bed.’ 

Wat moet er wat jou betreft gebeuren om de zorg aantrekkelijk te houden? 

Zorgorganisaties moeten goed voor hun medewerkers zorgen. Dan doen de medewerkers de rest. Daar ben ik van overtuigd. Het begint ermee dat de wensen van zorgverleners meer centraal mogen staan. Wil je alleen nachtdiensten werken? Dan moet dat kunnen. Alleen overdag? Ook goed. Natuurlijk moet er af en toe een concessie worden gedaan, maar dat iedereen alle diensten moet doen is zo achterhaald. Waarom worden zoveel mensen zzp’er? Omdat ze iets missen bij hun organisatie. En meestal is dat de vrijheid om zelf te bepalen wanneer je werkt.

Het vak is prachtig, daar hoeven we niets aan te veranderen. Maar maak het als werkgever aangenamer. Tijd is wat dat betreft heel belangrijk. Natuurlijk kan ik in tien minuten de steunkousen van meneer Jansen aandoen en zijn ogen druppelen. Dat haal ik makkelijk, maar meneer Janssen heeft dan nauwelijks de ruimte om nog iets te vertellen. Zorg is tegenwoordig zo gericht op productie, en qua bureaucratie zo complex gemaakt met allerlei ingewikkelde geldstromen, dat haalt het menselijk aspect eruit. Naast vrijheid en tijd is waardering belangrijk. Dat schouderklopje van de manager is er meestal wel, maar een hoger salaris en betere secundaire arbeidsvoorwaarden zouden niet misstaan. Waarom krijgen mensen in de zorg bijvoorbeeld niet een gratis zorgverzekering? Dat zou het werk een stuk aantrekkelijker maken.’

Kunnen zorgverleners zelf iets veranderen aan hun werkomstandigheden?  

‘Zorgverleners zorgen slecht voor zichzelf. Ze gaan maar door en willen hun collega’s en patiënten niet in de steek laten. Het verantwoordelijkheidsgevoel is groot. Zo groot dat ze erdoor in de problemen komen. Mijn vriendin was zwanger, en ik heb haar zelf ziek moeten melden. Het ging gewoon niet meer. Dikke benen enzo. Maar ze wilde perse door tot haar verlof. Ze dacht alleen maar aan haar collega’s en cliënten. Da’s mooi, maar niet mooi als je er zelf aan onderdoor gaat.

Veel van dit soort problemen kunnen we als zorgverleners zelf oplossen. We hebben het altijd over verpleegkundig leiderschap. Maar ik zou ook graag leiderschap zien van verzorgenden en helpenden. Als al deze mensen assertiever worden, en eerder gezamenlijk nee zeggen tegen zaken die opgelegd worden, dan hou je meer grip op je werkomstandigheden. Dat het vooralsnog niet gebeurt, zit toch een beetje in de beroepsgroep zelf. Er wordt onmachtig naar boven gekeken. Zij bepalen toch wel wat wij moeten doen. Maar als je collectief nee zegt tegen een plan dat de werkdruk alleen maar groter maakt ontslaan ze heus niet het hele team. En kijk ook eens om je heen. Welke zaken zijn echt belangrijk, en wat zou er allemaal aan handelingen geschrapt kunnen worden? Met assertiviteit en een kritische blik kunnen teams het werk gezamenlijk ook zelf een stuk aantrekkelijker maken.’

Foto’s van Tommie: Dennis Vloedmans

Opschalen is een teamprestatie. Het verhaal van Wilhelmina Ziekenhuis Assen.

Ruim een half jaar ervaring heeft het Wilhelmina Ziekenhuis Assen (WZA) inmiddels met de Luscii app, en het enthousiasme is groot. Uit evaluaties blijkt dat patiënten zich veiliger voelen, de samenwerking tussen professionals goed loopt en Luscii eenvoudig is in het gebruik. Daarom heeft het Drentse ziekenhuis besloten door te groeien. In eerste instantie op poli hartfalen, maar de ambities reiken verder. 

Het is april 2019 wanneer de eerste hartfalen patiënten op de polikliniek van het WZA uitleg krijgen over de Luscii app. Voortaan meten zij thuis zelf pols, bloeddruk en gewicht, waardoor zij niet meer voor controles naar het ziekenhuis hoeven. Via de Luscii app worden de meetgegevens verzonden naar Medisch Service Centrum NAAST. Loopt het gewicht of de bloeddruk op?  NAAST stelt meteen de hartfalenverpleegkundige in het WZA op de hoogte. Met een haarscherpe beeldverbinding kan de verpleegkundige vervolgens direct contact maken met de patiënt om de situatie te beoordelen.

Nurse in the lead

Erica StoerErica Stoer, hartfalenverpleegkundige in opleiding, is een van de initiatiefneemsters. ‘Op de polikliniek zie ik mensen vaak terug voor controles. De agenda’s puilen uit. Ik vroeg me af: kan dit niet anders? We hadden in het WZA al een visiedocument over telebegeleiding en ik ben op zoek gegaan naar passende systemen. Toen kwam ik bij Luscii uit. Toevallig genoeg had ons bestuur ook al contact met Luscii.’ Er werd vervolgens een afspraak geregeld tussen cardioloog Richard de Jong, WZA-bestuurder Suzanne Kruizinga en Daan Dohmen, de oprichter van Luscii. En Erica Stoer? Die schoof gewoon aan. ‘We zijn een relatief klein ziekenhuis met korte lijnen. Iedereen kent elkaar. Dat ik als verpleegkundige aanschuif bij zo’n gesprek past daarbij. Uiteindelijk moet ik met het systeem werken.’

Stapje voor stapje

‘We starten met een doorgroei naar vijftig patiënten’, vertelt cardioloog Richard de Jong. ‘We moeten ervaring opdoen en de organisatie waar nodig aanpassen. Het liefst begeleid ik natuurlijk al mijn hartfalenpatiënten op afstand. Het is nog te vroeg voor verregaande conclusies, maar uit meerdere studies blijkt inmiddels dat telebegeleiding ziekte-inzicht en eigen regie bij patiënten stimuleert. We verwachten zelfs dat het aantal acute opnames op termijn zal dalen omdat we achteruitgang eerder in beeld hebben. Groei in het aantal patiënten betekent wel een verschuiving in de werkzaamheden op de polikliniek. Verpleegkundigen voeren nu regie over de telebegeleiding. Dat doen ze geweldig, maar ze moeten wel gefaciliteerd worden in die verantwoordelijkheid. Ik ben voor hen slechts supervisor en achterwacht.’

De juiste zorg op de juiste plaats

Bestuurder Suzanne Kruizinga, vroeger arts op de spoedeisende hulp, vindt het een prachtige ontwikkeling. ‘We staan te popelen om breed op te schalen met Luscii. Het liefst includeer ik alle patiënten die langdurig zorg nodig hebben vandaag nog in het thuismeet-programma. Door vergrijzing neemt het aantal patiënten toe terwijl specialistische verpleegkundigen schaarser worden. De juiste zorg op de juiste plaats biedt uitkomst en de technologie van Luscii helpt om dat veilig te organiseren. Daarnaast is het hard nodig dat we patiënten meer betrekken bij de behandeling. Onderzoek laat zien dat juist telebegeleiding daarvoor aanknopingspunten biedt.’       

Soms ervaart Kruizinga enige oppositie in de organisatie. ‘Zorgprofessionals moeten hun patiënten loslaten en dat is niet altijd makkelijk. Maar’, zo relativeert ze de weerstand, ‘het is vooral een uitdaging om het enthousiasme over telebegeleiding in goede banen te leiden. Ik heb elke week wel een medisch specialist aan mijn bureau staan die grootse plannen heeft met thuismeten. En met het werven van patiënten zijn we gestopt omdat we de toestroom niet aankonden. Ik wil opschalen, zo snel mogelijk, maar wel zorgvuldig. Telebegeleiding betekent processen aanpassen. Dat doe ik het liefst zonder de hele organisatie overhoop te halen. Leren, groeien en bestendigen, dat is het adagium. Er moet ruimte zijn om uit te proberen en fouten te maken. En het verdienmodel moet ook kloppen. Maar ik heb er alle vertrouwen in dat we gezamenlijk slagen in de omslag.’ 

Zilveren Kruis blij met zorg veilig thuis

‘Veel mensen vinden het prettig om thuis behandeld te worden’, vertelt Rutger de Vries, senior inkoper bij Zilveren Kruis. ‘Zij ervaren dat deze zorg hen meer regie op hun leven, flexibiliteit en comfort geeft. Dus we zijn blij met de opschaling in het WZA. Het ziekenhuis geeft innovatie een centrale plek. Periodieke controles voor chronisch zieke ouderen waren lang de regel, maar thuismeten biedt veel voordelen. Het leidt tot maatwerk en voorkomt dat patiënten en hun naasten telkens moeten reizen. Ziekenhuizen zien dat in. Het vraagt echter een andere organisatie en andere manier van werken. Zo hebben verpleegkundigen ondersteuning nodig in hun nieuwe rol. We blijven actief op zoek naar mogelijkheden om zorg slimmer te organiseren en volgen de ontwikkelingen in het WZA wat dat betreft met bovengemiddelde belangstelling.’

WZADat het verdienmodel van het WZA aandacht behoeft, zoals Suzanne Kruizinga aangeeft, beaamt De Vries. ‘Wanneer ziekenhuizen succesvol zijn met telebegeleiding leidt dat tot minder bezoek aan de polikliniek en spoedeisende hulp. Dat is goed voor de patiënt en de zorgkosten, maar niet voor de inkomsten van het ziekenhuis. We praten momenteel met het WZA over het opvangen van dergelijk inkomensverlies. Geld mag immers geen rem zijn op deze mooie ontwikkeling. Welke contractvorm daar het beste bij past, daar kijken we gezamenlijk naar.’

In de tussentijd heeft het WZA niet stilgezeten. Bij het verschijnen van dit artikel is de opschaling naar vijftig patiënten al lang en breed behaald en zijn er concrete plannen om de Luscii app in te zetten op andere specialismen, waaronder oncologie en chirurgie.  

‘Een technische innovatie voer je nooit zomaar door’

In de beleving van veel artsen en verpleegkundigen is telebegeleiding nog altijd iets van de toekomst. Het Slingeland ziekenhuis, onderdeel van Santiz, begeleidt echter al jaren chronisch zieke patiënten op afstand. Luscii sprak met Malou Peppelman, programmamanager innovatie bij Santiz. Wie is Malou? Wat is haar rol? En waarom heeft haar ziekenhuis zo’n ervaringsvoorsprong genomen?

Sommige kinderen willen brandweerman worden. Jij dacht: later word ik innovatiemanager?


malou Peppelman‘Ha ha, nee hoor. Na mijn vwo had ik uiteenlopende interesses. De gezondheidszorg sprak me erg aan, maar ik hield ook van wiskunde en techniek. Daarom koos ik voor technische geneeskunde. Na mijn afstuderen ben ik in Nijmegen gepromoveerd op niet invasieve diagnostiek bij huidafwijkingen. Als postdoc ben ik daarna nog enige tijd werkzaam gebleven in het Radboudziekenhuis. Dicht op de zorgpraktijk, samenwerking met bedrijven, de inzet van innovatieve techniek, het was nuttig, boeiend en leerzaam. Daarna wilde ik mijn horizon verbreden. Ik had management ambities, maar wilde ook graag bezig zijn met vernieuwing in de zorg. Ik raakte met Santiz ziekenhuizen in gesprek.Ze waren bezig met het neerzetten van een innovatiestructuur in Doetinchem (Slingeland ziekenhuis) en Winterswijk (Streekziekenhuis Koningin Beatrix) en zagen daarin een mooie rol voor mij weggelegd. Zo ben ik innovatiemanager geworden.’

En wat doe je precies?

‘Ik heb een verbindende en faciliterende rol. Wanneer artsen of verpleegkundigen in de praktijk ergens tegenaan lopen breng ik hen in contact met de juiste persoon om een oplossing te organiseren. Dat kan intern zijn, maar ook extern. Het medisch service centrum NAAST doet bijvoorbeeld de eerste triage van de patiënten die we op afstand begeleiden. En Luscii levert de digitale technologie. In de regio werken we in een proeftuin met een persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO). Dat is een website of app, waarin je actief aan de slag kan met je gezondheid. Zo kun je medische gegevens beheren, maar deze ook delen met bijvoorbeeld de huisarts of wijkverpleegkundige.Wat dat betreft is het voor mij belangrijk een goed netwerk te hebben. Daarnaast heb ik een meer strategische rol. Ik initieer en leid verschillende projecten en ben voorzitter van de stuurgroep innovatie binnen Santiz.’ 

Jullie lopen behoorlijk voorop als het gaat om digitale innovaties. Is het moeilijk zorgprofessionals aangesloten te houden?

‘Een technische innovatie voer je nooit zomaar door. Daar zit een idee achter. Het moet de oplossing van een knelpunt zijn. Telebegeleiding doen we bijvoorbeeld niet voor niets: het komt het welzijn van patiënten ten goede. Het ingewikkelde is vervolgens niet de techniek, maar het veranderen van werkprocessen. Dat is vaak de grootste uitdaging. Het begint ermee dat je goed uitlegt waarom verandering nodig is en je mensen faciliteert om de stap te maken. We proberen in eerste instantie de enthousiastelingen in de praktijk aangehaakt te krijgen. Zij zijn vervolgens het beste in staat om hun collega’s mee te krijgen. Ook hier is een breed netwerk weer belangrijk. Ik moet immers wel weten wie de enthousiastelingen zijn.’

Hoe houden we wat jou betreft de zorg toekomstbestendig?

‘We kampen in de Achterhoek met ontgroening en vergrijzing. Dat betekent dat er van twee kanten druk op het stelsel staat. Samen met onze partners zoeken we naar lokale oplossingen. Maar daarvoor is ontschotting noodzakelijk. Op dossierniveau zijn we met het PGO inmiddels op de goede weg. Maar op financieringsniveau moet iedere organisatie nog altijd zijn eigen broek ophouden. Vanuit een goede regionale samenwerking worden ook hier naar oplossingen gezocht.Ook op capaciteitsniveau zijn stappen nodig. Als er bij het servicecentrum een melding van een patiënt binnenkomt moet de dichtstbijzijnde wijkverpleegkundige er naar toe kunnen. Of zij dan van organisatie A of organisatie B is mag eigenlijk niet ter zake doen. We moeten immers met elkaar de zorg in de regio zo efficiënt mogelijk organiseren.’ 

Die druk op de regio, met vergrijzing en ontgroening: verklaart dat jullie voorsprong als het gaat om innovatie?

‘Santiz heeft vroegtijdig geanticipeerd op de uitdagingen van de toekomst. En dat de druk al snel opliep heeft daar ongetwijfeld bij geholpen. We hebben de ambitie de zorg duurzamer te maken en dichterbij. Dat doen we door proactief zorg te verlenen in plaats van reactief, en daarvoor gebruiken we verschillende digitale en technologische oplossingen. De juiste zorg, op de juiste plaats door de juiste zorgverlener is daarom een belangrijk uitgangspunt. Wie echt in het ziekenhuis moet zijn is van harte welkom. Is het niet nodig, dan organiseren we zorg daarbuiten, bijvoorbeeld met telebegeleiding. We investeren in zelfregie van patiënten en kijken scherp naar de kwaliteiten van onze medewerkers. De regie voor het begeleiden op afstand ligt bijvoorbeeld bij verpleegkundig specialisten. Zij zijn daar goed voor toegerust en creëren zo voor cardiologen en longartsen ruimte om medisch specialistisch bezig te zijn. Iedereen moet bij ons zo goed mogelijk uit de verf komen.’     

‘Het zou helpen als we verpleegkundigen meer waarderen’

Hans van den Heuvel is arts en start binnenkort met zijn gynaecologie opleiding. Daarnaast doet hij promotieonderzoek naar de impact van telebegeleiding op risicovolle zwangerschappen. Luscii sprak met hem over de uitdagingen van zijn vakgebied, de invloed van thuismeten op zijn patiënten en de onderlinge samenwerking tussen artsen en verpleegkundigen. 

Je houdt je vooral bezig met verloskunde. Waar lopen je patiënten tegenaan in het dagelijks leven?

‘Voor veel van mijn patiënten is een zwangerschap iets wat ze voor het eerst meemaken. Dat is op zichzelf al spannend. Als er dan ook nog complicaties zijn maakt dat de situatie flink ingewikkelder. Groei die achterblijft, suikerziekte, bloeddrukproblemen. Ook begeleiden we in Utrecht regelmatig zwangere vrouwen met een aangeboren hartafwijking. Al deze mensen kampen met onzekerheden en moeten regelmatig naar het ziekenhuis voor controle en behandeling. Dat is een aanslag op het dagelijks leven. De grootste problemen bij risicovolle zwangerschappen zijn dan ook meestal sociaal van aard. Je begeleidt niet alleen de zwangere, maar ook haar directe naasten. Emoties moeten in goede banen worden geleid en verwachtingsmanagement is daarbij heel belangrijk. Je wil als dokter houvast bieden, maar het moeilijke is dat je tijdens een gecompliceerde zwangerschap weinig met zekerheid kunt zeggen. Het komt er op neer dat ik met veel geduld telkens verschillende scenario’s schets en toelicht.’

Bij zwangerschapshypertensie maken jullie gebruik van thuismeten met Luscii. Hoe bevalt dat? 

Extra veiligheid? Tijdens een zwangerschap bijvoorbeeld.‘Dat bevalt ons heel goed. En met ons bedoel ik ook mijn patiënten. Zwangeren meten thuis zelf dagelijks de bloeddruk en sturen de uitslag naar ons via de Luscii app. Daarnaast beantwoorden ze via de app een vragenlijst over hun welzijn. Thuismeten bevordert ziekte inzicht. Patiënten leren wat een goede bloeddruk is en herkennen de fysieke signalen. Dat leidt tot betrokkenheid en samenwerking. Wanneer mijn patiënten hoofdpijn ontwikkelen meten ze bijvoorbeeld steeds vaker uit zichzelf de bloeddruk. En wanneer deze te hoog is bellen ze het ziekenhuis om te overleggen. Ze begrijpen de samenhang. Daarnaast vinden ze het geruststellend dat er altijd iemand meekijkt. Een verpleegkundige neemt immers direct contact op als de bloeddruk thuis een stijgende lijn vertoont. Vroeger gebeurde het wel dat je iemand twee weken niet zag en op de polikliniek plotseling geconfronteerd werd met een torenhoge bloeddruk. Dat gebeurt door de inzet van Luscii vrijwel niet meer.’

Heeft thuismeten impact op de behandeling?

‘Wanneer je er vroeg bij bent kun je de hoge bloeddruk met tabletten stabiliseren, bijvoorbeeld met een bètablokker. Maar voor het welzijn van de baby wil je niet dat de bloeddruk te veel daalt. In het verleden moesten vrouwen soms meerdere keren per week naar de polikliniek voor controle. Soms werden ze zelf opgenomen ter observatie van de bloeddruk. Dat hoeft nu veel minder omdat vrouwen thuis zelf de bloeddruk meten en we hypertensie vroeg signaleren. Of het in grote groepen ook een positief effect heeft onderzoeken we nog, maar ik ervaar in de praktijk regelmatig een veelbelovende impact.’

Wat zijn de grootste uitdagingen binnen de gynaecologie? 

‘Ik maak me met name zorgen over het gebrek aan verpleegkundigen. Je ziet dat overal: op de bevalkamers, op de klinische afdeling, de kinderafdeling. Het zou helpen als we het verpleegkundig vakgebied meer waarderen. Een hoger salaris, de opleiding aantrekkelijker maken. Ik werk vrij intensief samen met gespecialiseerde verpleegkundigen en heb hen zeer hoog zitten. Juist door de inzet van Luscii zie ik opvallend genoeg dat hun takenpakket verandert en dat zij meer regie krijgen. Vroeger gaven verpleegkundigen op de polikliniek uitleg over de bevalling, nu zijn ze daarnaast een belangrijke schakel in het monitoren van zwangeren op afstand. Verpleegkundigen zijn het eerste aanspreekpunt, zij reageren als een bloeddruk uit de pas raakt. Ik vind het uitstekend dat gynaecologen de verantwoordelijkheid voor de thuisbegeleiding delen met verpleegkundigen. Het intensiveert de onderlinge samenwerking en dat is alleen maar goed.’

 

‘Nieuwe inspiratie en energie. Dat is wat de zorgsector nodig heeft.’

Sinds ik bij Luscii werk denk ik regelmatig aan de Wereldtentoonstelling in Parijs van 1900. Elektrische straatlantaarns, roltrappen, bewegende beelden op een scherm. De mensen wisten niet wat ze zagen. Was dit echt mogelijk? Al die nieuwe uitvindingen brachten een enorme energie in de samenleving. Wat een vooruitgang! Het mooie is dat die verwondering en energie is vastgelegd in verschillende kunstwerken. Het schilderij Bal Tabarin van Jan Sluijters (1907)  is wat dat betreft een prachtig voorbeeld. Euforisch dansende mensen onder hypermoderne kunstverlichting.

Die verwondering over nieuwe mogelijkheden, die Parijzenaars voelden tijdens het fin de siècle, die ervaar ik vrijwel dagelijks bij Luscii. Ik word als verpleegkundige geconfronteerd met ontwikkelingen in de zorg die ik nooit voor mogelijk had gehouden. De toekomst, zo leer ik razendsnel, die is nu. 

Mensen met hartfalen die thuis zelf hun bloeddruk en gewicht meten. De eenvoudig te bedienen meetapparatuur is draadloos verbonden met de Luscii app. Waarden komen direct beschikbaar in het EPD van de juiste zorgverlener. En als het de verkeerde kant op dreigt te gaan nemen verpleegkundigen via een haarscherpe beeldverbinding direct contact op om de situatie te beoordelen, ver voordat er een crisissituatie is ontstaan. Hoe fijn en veilig is het voor patiënten als ze niet meer met gillende sirenes naar het ziekenhuis hoeven?

Ik ervaar dagelijks dat nieuwe mogelijkheden de zorg veranderen. Verpleegkundigen nemen de regie. Patiënten voelen zich meer betrokken bij hun eigen behandeling. De samenwerking tussen artsen en verpleegkundigen verbetert. Er ontstaat nieuwe energie in organisaties om de toekomstige uitdagingen van de sector te lijf te gaan. 

Want laten we wel wezen: die uitdagingen zijn groot. Met minder professionals zullen we de komende jaren meer zorg moeten verlenen. Tegelijkertijd besef ik dat veel artsen en verpleegkundigen nog nauwelijks op de hoogte zijn van de nieuwe mogelijkheden. Ik was dat tot voor kort ook niet, terwijl ik best nieuwsgierig ben aangelegd en veel lees over de ontwikkelingen in mijn vakgebied. 

Daarom maak ik voor Luscii een serie interviews. Verpleegkundigen, artsen, innovatiemanagers en onderzoekers. Zij mogen vertellen over hun dagelijkse werk, over hoe ze vanuit hun positie aankijken tegen de uitdagingen van de sector, en hoe het is om in de praktijk patiënten op afstand te begeleiden. Daarnaast bied ik mensen een podium die op andere manieren bijdragen aan een toekomstbestendige gezondheidszorg. Want dat is wat we nu nodig hebben in de zorgsector: energie en inspiratie. Ben jij als arts of verpleegkundige met iets moois bezig dat helpt om de zorg toegankelijk te houden? Neem dan vooral contact met me op!

Hugo@luscii.com

Hugo van der Wedden is verpleegkundige en medisch socioloog. Hij stond aan het bed in verschillende ziekenhuizen op de meest uiteenlopende specialismen. In Nursing heeft hij al jaren een vaste column. Als ‘voice of Luscii’ is het zijn taak om de stem van mensen uit de praktijk te laten doorklinken in alles wat Luscii doet.

‘Geen gillende sirenes: een wereld van verschil’

CCU verpleegkundige Bep Sonneveld werkt al 35 jaar op de cardiologie. Ze maakte de opkomst van de trombolyse mee en de eerste katheterisatie- en dotterbehandelingen. Sinds kort begeleidt ze patiënten op afstand met de Luscii app. Aanvankelijk was Bep sceptisch, maar dat maakte al snel plaats voor enthousiasme.

Waarom zoveel liefde voor cardiologie?

‘Vijfendertig jaar geleden ben ik als verpleegkundige inservice opgeleid. Ik moest op alle afdelingen in het ziekenhuis stage lopen en verloor mijn hart aan de cardiologie. Dat zit hem deels in de technische handelingen, maar vooral in het begeleidingsaspect. Ik zie regelmatig angstige mensen. Hen geruststellen en informeren, dat vind ik mooi om te mogen doen. Dat zo’n klein orgaan als het hart zoveel impact heeft, blijft me verwonderen.’ 

Wat doe je nu precies in het ziekenhuis?

‘Ik heb een combi-baan. Op de hartbewaking verpleeg ik mensen die enkele uren eerder gekatheteriseerd zijn. Anderen lijden aan acuut hartfalen of hebben last van een ritmestoornis. Ik verdiep me in hun achtergrond en begeleid hen de hele dag. Medicatie instellen, observeren, geruststellen, visite lopen met de arts. De doorloop is hoog. Als ik een patiënt overplaats naar een reguliere afdeling ligt de volgende al op me te wachten. Op de polikliniek zie ik dezelfde categorie patiënten, maar dan in een andere fase. De relatie is ook heel anders. Sommige van hen begeleid ik jarenlang en dan bouw je echt een band op.’

Zo’n combi-baan, heeft dat meerwaarde?

‘O ja! Soms verpleeg ik mensen op de CCU die me kennen van de polikliniek. Die zijn dan zo blij om een vertrouwd gezicht te zien. Andersom gebeurt dat trouwens ook. En zelfs als ik mensen op de polikliniek ontvang die ik niet eerder gezien heb, weet ik wel wat ze hebben doorgemaakt op de CCU. Dat draagt allemaal bij aan de continuïteit van zorg.’ 

Sinds kort begeleid je mensen met chronisch hartfalen op afstand. Hoe bevalt dat? 

‘Eigenlijk heel goed. We krijgen het gewicht, de bloeddruk en de hartslag via de app door vanuit de thuissituatie. En met een beeldverbinding kunnen we mensen zien. Dat heeft zoveel meerwaarde. Achteruitgang hebben we nu veel eerder in beeld. Je ziet bijvoorbeeld het gewicht toenemen voordat er serieuze klachten ontstaan. Zo hebben we al drie keer een acute opname voorkomen. Uiteindelijk werden het wel opnames, maar niet met gillende sirenes. Als mensen nog goed genoeg zijn om zichzelf te melden maakt dat echt een wereld van verschil.’ 

Maar je was niet meteen enthousiast? 

‘Ik dacht, nu gaan we dus alleen nog maar “computer behandelen”. Maar dat is helemaal niet zo. Met beeldbellen spreekt je patiënten niet alleen, je ziet hen ook zitten in de thuissituatie. Je kunt daardoor van alles observeren: hoe ze praten, hoe ze zitten, de kleur van de huid. Eigenlijk alles wat je normaal ook doet wanneer iemand tegenover je zit. Het voelt gewoon heel natuurlijk.’  

En zijn patiënten er ook blij mee?

‘Voor patiënten is het een toegankelijk systeem. Ze pikken het allemaal snel op. Omdat ze zelf hun bloeddruk en gewicht meten leren ze zelf ook wat hun normale waarden zijn. Het ziekte inzicht neemt daardoor toe. Bij de mensen die nog niet zolang bekend zijn met hartfalen zie ik dat monitoren op afstand vooral geruststellend werkt. De angst neemt af. Zij voelen zich goed in de gaten gehouden.’

Zie je ruimte voor uitbreiding?

‘De ligduur in het ziekenhuis wordt steeds korter. Soms denk ik, hou mensen voor de zekerheid een dagje langer. Mensen met hartfalen die bijvoorbeeld nog niet zo lang van de furosemide pomp af zijn, zou ik het liefst nog even in het zicht hebben. Nu bellen we hen na drie dagen. Het zou mij een goed gevoel geven als we hen na ontslag meteen kunnen monitoren in de thuissituatie.’  

 

‘Zo komen jaarlijks duizenden mensen onnodig op de spoedeisende hulp terecht’

Ziekenhuizen liggen vol, de spoedeisende hulp is overbelast en de vergrijzing is nog lang niet op haar hoogtepunt. Hoe houden we de zorg toekomstbestendig? Luscii laat zorgprofessionals aan het woord die onderdeel zijn van de oplossing. Vandaag praten we met verpleegkundig specialist acute zorg Rudolf Tolsma. Hij onderzoekt of de triage van mensen met pijn op de borst verplaatst kan worden van de spoedeisende hulp naar de thuissituatie. 

Wat is triage en waarom is dat zo belangrijk?

‘Pijn op de borst is een veel voorkomende aanleiding voor mensen om de ambulance te bellen. Ze zijn bang voor een hartinfarct, maar vaak is er een andere oorzaak zoals stress of spierpijn. Op jaarbasis komen zo duizenden mensen op de spoedeisende hulp terecht terwijl een bezoek aan de huisarts meer op zijn plaats is. Voor patiënten is dat beangstigend en stressvol. Voor artsen en verpleegkundigen op de spoedeisende hulp betekent het dat ze hun kostbare tijd investeren in mensen die hun hulp eigenlijk niet nodig hebben. Triage is onderscheid maken, in dit geval tussen pijn die door hartschade wordt veroorzaakt en pijn met een minder ernstige herkomst. Dat is voor alle betrokkenen van belang.’

Is de triage ingewikkeld?

‘Eigenlijk niet. Artsen in de regio Utrecht hebben jaren terug een instrument ontwikkeld, de HEART score, waarmee je eenvoudig en betrouwbaar kunt voorspellen hoe groot de kans is dat de pijn op de borst wordt veroorzaakt door een hartaandoening. Hierbij wordt geluisterd naar de klachten die er zijn, het hartfilmpje wordt beoordeeld, we kijken naar de leeftijd, naar risicofactoren als diabetes, overgewicht of een eerder doorgemaakt infarct. Tot slot nemen we bloed af en beoordelen het troponinegehalte. Troponine is een enzym dat vrijkomt in het bloed als er sprake is van zuurstofschade bij het hart.’

Wat is dan het probleem? 

‘De HEART score werkt in de praktijk prima als triage-instrument. Alleen gebeurt het nu op de spoedeisende hulp vanwege de bloedtest. Als er een laag risico is mogen mensen naar huis zonder vervolgafspraak. Bij hoog risico volgt opname. Maar mensen worden dus wel allemaal naar de spoedeisende hulp gebracht. Inmiddels is de techniek zo ver gevorderd dat de bloedtest in de ambulance kan worden gedaan. Wij onderzoeken daarom of ambulanceverpleegkundigen de triage met behulp van de HEART score veilig in de thuissituatie kunnen uitvoeren. Dat zou betekenen dat een grote groep mensen met een laag risico niet meer naar het ziekenhuis hoeft.’

Hoe ervaren patiënten dat? 

‘Je moet het goed uitleggen als ambulanceverpleegkundige. En ik denk ook dat het goed uit te leggen is. Bedenk dat we vroeger ook wel mensen thuis lieten, alleen deden we dat op basis van klinisch inzicht of gevoel. De bloedtest is een extra bewijsmiddel. Mensen zijn vaak doodsbang door de pijn op hun borst, maar voelen een zucht van verlichting als het hartfilmpje geen afwijkingen laat zien en de bloedtest goed is. Overigens gaan we tijdens de studie altijd drie uur later nog een keer langs om de bloedtest te herhalen. We onderzoek of de troponine misschien toch nog door stijgt na het eerste bezoek.’

Wat gebeurt er als de ambulanceverpleegkundige het toch niet vertrouwt, ondanks een laag risico? 

‘De HEART score helpt, maar is zeker niet leidend. Als je een niet pluis gevoel hebt moet je de patiënt dan ook gewoon meenemen naar het ziekenhuis. Maar daar zijn ambulanceverpleegkundigen wijs genoeg voor.’ 

Wat ga je zelf doen als de studie is afgerond?

‘Na een periode werkzaam te zijn geweest op de spoedeisende hulp van het Isala ziekenhuis keer ik weer terug naar de ambulancezorg. Ik ben er achter gekomen dat mijn hart toch meer ligt bij de prehospitale zorg. De sector is enorm in beweging en ik ben bij mooie onderzoeken en projecten betrokken. Hoewel de uitdagingen groot zijn zie ik mooie dingen gebeuren. Op de meldkamer werd vroeger bijvoorbeeld een keuze gemaakt tussen politie, brandweer of ambulance. Nu zijn er projecten waarbij er meer gedaan wordt aan zorgcoördinatie. Zo is er bijvoorbeeld ook een arts en iemand van de thuiszorg aanwezig op de meldkamer. We kijken veel specifieker wat nodig is: een ambulance? Een huisarts? Een wijkverpleegkundige? Zo komen we steeds meer tot de juiste zorg op de juiste plaats. De patiënt staat daarbij nadrukkelijk centraal, en daar is het ons uiteindelijk allemaal om te doen!’ 

Ben jij als zorgprofessional ook onderdeel van de oplossing? Mail dan naar Hugo@luscii.com!

Luscii komt met gebruiksvriendelijk thuismeten hartritmestoornissen

Samenwerking met artificial intelligence bedrijf Coala voor beschikbaarheid van revolutionaire hartmonitor via het Luscii platform.

Onder druk van de vergrijzing is er een toename van het aantal hartritmestoornissen in Nederland. Het efficiënt volgen van patiënten is voor patiënten en hun zorgverleners nu vaak complex. Om dit te vereenvoudigen, ontwikkelt Luscii een nieuwe dienst: Luscii AF. Zij gaat daarvoor samenwerking aan met het succesvolle Zweedse A.I. bedrijf Coala Life. Dat maken beide bedrijven bekend op het jaarcongres van de European Society for Cardiology.

 

Atriumfibrilleren

In Nederland zijn ongeveer 200.000 mensen gediagnosticeerd met atriumfibrilleren (AF), een aandoening die we ook wel boezemfibrilleren noemen. De schatting is dat nog eens 100.000 mensen aan de ritmestoornis lijden zonder dit te weten. In 2017 kwamen hierdoor dagelijks meer dan honderd mensen in het ziekenhuis terecht. Een aanval van AF gaat niet zelden gepaard met hevige angsten en kan onbehandeld leiden tot hartfalen en beroertes. Diverse cardiologen die met Luscii werken, vroegen het bedrijf om gebruiksvriendelijke mogelijkheden voor thuisbegeleiding van deze groep.

 

Luscii AF

Met Luscii AF wordt het voor cardiologen eenvoudig om mensen met een ritmestoornis op afstand te volgen. Patiënten ontvangen van Luscii een gecertificeerde Coala meetsensor (zie afbeelding). Het apparaatje kan een 2-lead ECG én audio opnames van de hartactie maken alsof een arts via een stethoscoop meeluistert. Zo’n meting duurt slechts 60 seconden en kan maanden achtereen, meerdere keren per dag worden uitgevoerd, zonder gedoe met stickers. 

Kunstmatige intelligentie analyseert de data en stelt vast of en welke ritmestoornis zich manifesteert. Indien noodzakelijk wordt de cardiologie verpleegkundige gewaarschuwd. Optioneel is ook een medisch service center beschikbaar. Natuurlijk is alle data via het Luscii dashboard, direct vanuit het EPD, te raadplegen (oa. in ChipSoft HiX). 

 

Kunstmatige Intelligentie

Coala Life startte als wetenschappelijk onderzoek en perfectioneert al tien jaar hun algoritmen. Vooraanstaande cardiologen zijn nauw betrokken bij de snelgroeiende onderneming. Erik Kaufman, co-founder bij Luscii: ‘Ons uitgangspunt is dat we met Luscii reële problemen oplossen met de meest betrouwbare en gebruikersvriendelijke thuismeettechniek. De Zweden zijn op dit gebied ‘best in class’, vandaar dat we ervoor kiezen om deze revolutionaire Coala technologie in Luscii te integreren.”

 

Beschikbaarheid

Luscii AF is de komende maanden voor ontwikkel-, test- en studie-doeleinden beschikbaar in een beperkt aantal ziekenhuizen in Nederland en Engeland. Cardiologen die het willen uitproberen, kunnen zich aanmelden op www.luscii.com/AF

IMG_6079

‘Ik probeer alles bespreekbaar te maken, ook het levenseinde’

Steeds meer artsen en verpleegkundigen gebruiken de  Luscii app om hun patiënten op afstand te begeleiden. Wie zijn deze professionals? Vandaag een portret van Monique van de Kragt, physician assistant op de afdeling longgeneeskunde van het Zuyderland ziekenhuis

Ben je al lang actief in de zorg? 

Monique vd Kragt, physician assistant ‘Ik ben in 1998 in Maastricht begonnen aan de opleiding tot longfunctie-analist. Een mooi vak. Met allerlei onderzoeken help je de longarts om een goede diagnose te stellen. Hoe zit het met de longinhoud van de patiënt? Met de blaaskracht? Is er sprake van een allergie? In 2001 ben ik naar het Zuyderland ziekenhuis in Sittard gekomen. Toen ik daar de kans kreeg om physician assistant te worden heb ik die met beide handen aangepakt.’ 

Hoe ziet de dag eruit van een physician assistant?    

‘Heel afwisselend. Ik werk vooral met mensen die lijden aan COPD. Sommigen van hen zie ik ‘s middags op de polikliniek. Ik geef dan vooral uitleg over de invloed van leefstijl. ‘s Ochtends bezoek ik juist de patiënten die zijn opgenomen met een acute longaanval. Ik probeer de tijd te nemen en dieper in te gaan op voeding, beweging en angst.’ 

Zijn mensen met COPD vaak angstig?

‘Bij een longaanval zijn mensen echt doodsbenauwd, dat is heel naar om mee te maken. Daarom probeer ik altijd op de tweede dag van de opname langs te gaan. Dan heeft de behandeling vaak al enig effect. Ik probeer alles bespreekbaar te maken, ook het levenseinde. Over wensen in de toekomst, wat mensen nog wel en niet willen. Soms schrikken patiënten daarvan, maar achteraf is vrijwel iedereen blij dat ik er over ben begonnen. Een patiënt wilde nog naar Indonesië. Ik zei; als je dat nog wil, dan moet je dat echt nu doen. Hij ging meteen en heeft het geweldig gehad.’  

Wat goed dat je daar de tijd voor neemt.

‘De tijd nemen is zo belangrijk. Dat hoor ik terug van patiënten en ik merk zelf ook dat ik meer bereik. Dat mensen bijvoorbeeld stoppen met roken of beweging weer oppakken. Soms is het best een strijd om genoeg tijd voor een gesprek te organiseren, maar ik geloof echt dat het zich terugbetaalt. Artsen hebben maar tien minuten per patiënt. Wat kun je in zo’n kort tijdsbestek voor elkaar krijgen? Ze hebben het in mijn ogen veel te druk, en dan moet de echte vergrijzing nog op gang komen.’

Zo’n longaanval, begint dat altijd acuut?

‘We prediken consequent dat mensen veel moeten bewegen, maar we zien voorafgaand aan een opname vaak dat mensen dat juist steeds minder doen. Ze zijn dan bijvoorbeeld al een tijdje gestopt met fysiotherapie en gaan conditioneel langzaam achteruit. Dan hoeft er maar een virusinfectie of blaasontsteking overheen te komen en de COPD speelt weer op.’ 

Helpt monitoren op afstand om een longaanval voor te zijn? 

‘We werken nog niet zo lang met Luscii, maar ik denk wel dat het bijdraagt om achteruitgang vroeg in beeld te krijgen. Ik had een patiënt die in zes maanden zes keer in het ziekenhuis heeft gelegen. Nu hij thuismeten van Luscii gebruikt blijft hij stabieler. Een keer was het mis, we waren er vroeg bij en konden hem thuis met prednison behandelen. Hij was daar zelf ook blij mee. Het was voor hem een bevestiging dat hij op afstand goed in de gaten wordt gehouden.’

‘Er liggen veel kansen voor digitale technologie’

Steeds meer artsen en verpleegkundigen gebruiken de Luscii app om patiënten op afstand te begeleiden. Wie zijn deze zorgprofessionals? En wat doen ze precies met Luscii? Vandaag een portret van Mark Schuuring, cardioloog in opleiding. 

Heb je zelf iets met technologie?

‘ICT heb ik altijd fascinerend gevonden. Zelf websites bouwen, rommelen met serverinstellingen, ik vind het geweldig. Op het Atheneum kreeg ik er zelfs les in, maar ik heb vooral veel geleerd van een vriend die professional is. Later heb ik met een andere vriend geprobeerd een soort Marktplaats op te zetten voor klusjes. We staken er super veel energie in, zijn zelfs naar India geweest om te kijken of we delen van de site konden uitbesteden. En toen kwam plots het grote Werkspot online, dat was wel een domper.’ 

Waarom dan toch geneeskunde?

‘Thuis ging het vroeger vaak over de zorg. Mijn moeder is verpleegkundige en mijn vader werkt op de inkoopafdeling van een ziekenhuis. Het verklaart wel een beetje waarom ik uiteindelijk voor geneeskunde heb gekozen en niet voor een carrière in de ICT. Het menselijk lichaam en de werking van therapieën vind ik wel net zo interessant als een computer.’ 

Was cardiologie de juiste keuze?

‘Absoluut! Cardiologie is zo uitdagend en afwisselend. Het heeft de beschouwende kant van interne geneeskunde en het invasieve van chirurgie. Visite lopen met verpleegkundigen op de CCU, echocardiogrammen bespreken, patiënten ontslaan of juist opnemen; het komt allemaal voorbij op een dag. Soms verleen ik acute zorg. Dat betekent vooral snel en protocollair handelen. Maar ook in de begeleiding van chronisch zieke patiënten kan ik echt iets toevoegen. Wat dat betreft ben ik wel blij dat ik een periode op longgeneeskunde heb gewerkt. Oog ontwikkelen voor de kwaliteit van leven heb ik vooral daar geleerd. Voor de cardiologie als vakgebied is dat nog een beetje een aandachtspunt. We mogen soms best wat minder naar de bloeddruk vragen en wat meer naar de gevoelens van de patiënt.’ 

Hoe is het om met Luscii te werken?

‘We gebruiken de app van Luscii in het digitale zorgconcept HartWacht. Daarmee begeleiden we patiënten met aangeboren hartafwijkingen in de thuissituatie. Vanuit mijn ICT achtergrond vind ik het natuurlijk reuze interessant. Ik zie ook veel kansen voor digitale technologie. Maar in het begin was het voor iedereen best wennen. Inmiddels hebben we ervaring en heldere protocollen. Patiënten, artsen en verpleegkundigen zijn dan ook steeds enthousiaster. We verwachten dat telebegeleiding leidt tot minder polibezoek en een afname van ziekenhuisopnames. Maar of dat echt zo is weten we nog niet. We onderzoeken dat in een randomised controlled trial.’ 

Maar je hebt wel vertrouwen in de technologie?

‘Als het gaat om diagnostiek ben ik echt al overtuigd van de meerwaarde van begeleiding op afstand. Ik had een patiënt die flink last ondervond van hartkloppingen. Ze heeft van de polikliniek wel vier keer een holter-ecg meegekregen, maar het is nooit gelukt een ritme-afwijking te vangen die de klachten veroorzaakte. Met HartWacht konden we haar hartritme thuis veel langer monitoren en hebben we uiteindelijk boezemfibrilleren vastgesteld. Voor haar is dat fijn: ze weet nu wat er precies speelt en we konden meteen met passende medicatie starten’.     

 

‘Een aangeboren hartafwijking houdt altijd invloed’

 HartWacht, een digitaal zorgconcept van Cardiologie Centra Nederland (CCN), maakt gebruik van de Luscii app. Patiënten meten thuis zelf bloeddruk, gewicht of het hartritme. De app coacht de patiënt en houdt een virtuele vinger aan de pols. Onder gebruikers daalde het bezoek aan de spoedeisende hulp spectaculair. 

cardioloog AMCHartWacht wordt vooralsnog toegepast bij mensen met hartfalen, hoge bloeddruk en boezemfibrilleren. Amsterdam UMC en CCN onderzoeken nu of mensen met aangeboren hartafwijkingen ook beter af zijn met telebegeleiding. Dit jaar is een een Randomized Controlled Trial gestart onder leiding van van Cardioloog Michiel Winter. Luscii sprak met hem over de impact van een aangeboren hartafwijking, de opzet van de studie en de toekomst van telebegeleiding. 

Een aangeboren hartafwijking, komt dat vaak voor?

‘In Nederland zijn er ongeveer 50.000 mensen die daar aan lijden. De meeste aandoeningen zijn mild. Maar je hebt ook mensen die geboren worden met een complexe aandoening, zoals patiënten met slechts één functionerende hartkamer. Chirurgische technieken zijn de laatste decennia wel beter geworden. Het aantal mensen met een aangeboren hartafwijking neemt daardoor toe. Baby’s die in de jaren tachtig nog kort na de geboorte overleden hebben tegenwoordig veel grotere overlevingskansen.’

Kun je dan als patiënt gewoon oud worden?

‘Met een milde afwijking zijn je kansen om oud te worden inmiddels vrijwel gelijk aan gezonde mensen. Bij ernstige problemen ligt dat anders. Sommige mensen hebben in hun kinderjaren al meerdere operaties ondergaan. Dan gaat het lang goed, maar rond hun veertigste ontwikkelen zij toch hartfalen. Sowieso houdt een aangeboren afwijking altijd invloed, bijvoorbeeld in de vorm van boezemfibrilleren.’  

Verwacht je dat telebegeleiding iets voor hen kan betekenen?  

‘Absoluut. Normaal gaan deze mensen naar een ziekenhuis met de juiste expertise. Maar voor de samenleving is dat duur en voor de patiënt is de reis belastend. Met HartWacht kunnen we patiënten op afstand geruststellen als er niets aan de hand is. Is er wel een serieus probleem, bijvoorbeeld hartfalen, dan zien we dat eerder aankomen omdat we het gewicht, de bloeddruk en het welbevinden thuis volgen. En we kunnen daardoor eerder ingrijpen. Onderzoek moet uitwijzen of het ook zo werkt in de praktijk, maar ik heb er vertrouwen in.’

Wat zijn je belangrijkste onderzoeksvragen?

‘We gaan specifiek kijken naar mensen die minstens twee keer per jaar de polikliniek bezoeken met klachten. Is het mogelijk de acute momenten voor te zijn door hen op afstand te begeleiden? We verwachten niet meteen dat het polibezoek bezoek minder wordt, dat is allemaal zo ingesleten, we richten ons echt op het voorkomen van acute situaties.’

En hoe gaat het onderzoek eruit zien in de praktijk?

‘We stellen twee groepen samen. De ene groep wordt thuis begeleid via HartWacht. De andere groep ontvangt reguliere zorg. En over twee jaar gaan we kijken in hoeverre zij van elkaar verschillen. Het is echt een landelijk onderzoek. We zijn met een aantal ziekenhuizen in gesprek om ook hun patiënten te includeren. Er zijn minimaal tweehonderd patiënten nodig om een goed beeld te krijgen.’ 

Wat vond de medisch ethische commissie van de opzet?

‘Vooral de omgang met patiëntgegevens riep vragen op. Normaal gesproken blijven deze veilig binnen de muren van het ziekenhuis. Met zo’n ehealth opzet komt de informatie van thuis en gaat het via het digitale platform van Luscii naar het Medisch Service Centrum van HartWacht. Daar wordt het door artsen en verpleegkundigen geïnterpreteerd en vervolgens word ik daarover gebeld. Daar kwamen vragen over. Van wie zijn de patiëntgegevens precies? En waar worden ze bewaard? Uiteindelijk zijn we daar goed uitgekomen en is duidelijk vastgelegd in een protocol hoe hiermee wordt omgegaan.’

Hoe zie je de toekomst van telebegeleiding?

‘Ik had verwacht dat de digitale ontwikkeling sneller zou gaan. Iedereen heeft inmiddels Netflix en Google Maps, maar in het ziekenhuis blijven we toch een beetje achter. Samenwerking met het bedrijfsleven, zoals Luscii, is naar mijn mening de sleutel tot succes. Ik ben cardioloog. Ik ben niet gemaakt om een onderneming op te zetten of om me bezig te houden met logistieke zaken. Zorg verhuizen van het ziekenhuis naar de thuissituatie, dat is zo’n omschakeling. We hebben het bedrijfsleven dus nodig, maar wel met onze eigen ideeën. Als we goed samenwerken, kan volgens mij de hele poli cardio op termijn over op telebegeleiding in de thuissituatie. Mits er een goed systeem van deskundig toezicht omheen is gebouwd. Mensen hoeven dan alleen nog naar het ziekenhuis te komen als het echt mis is.’     

Zijn patiënten daar ook klaar voor?

‘Ik heb patiënten van tachtig die skypen met de kleinkinderen. Daar ligt het probleem niet. Zorgprofessionals moeten juist omschakelen. Maar onderschat dat niet. Als arts ben ik gewend om patiënten te zien. Ik vertrouw op mijn klinisch blik. Dat loslaten is ingewikkeld, al denk ik dat beeldbellen wat dat betreft ook mogelijkheden biedt.’  

1