De wereld van Luscii.
Het podium voor zorgprofessionals.

OLVG biedt samen met Luscii corona begeleiding op afstand

Heel Nederland maakt zich zorgen over het coronavirus. Huisartsen en ziekenhuizen worden overspoeld met vragen. Daarom ontwikkelde het Amsterdamse OLVG ziekenhuis samen met Luscii in enkele dagen tijd een virtuele begeleidingstool. Zonder contract, zonder winstoogmerk, gewoon op basis van vertrouwen.

Ruim 33.000 dagelijkse gebruikers

Met OLVG corona check kunnen mensen eenvoudig gezondheidsgegevens doorgeven via een aangepaste versie van de Luscii app. Bijvoorbeeld of zij hoesten, kortademig zijn en koorts hebben. Als een meting daar aanleiding toe geeft waarschuwt de app deskundigen op het regiecentrum in het OLVG. Indien nodig nemen deskundigen contact op via messaging of telefoon. Inmiddels hebben meer dan 41.000 mensen de app gedownload en maken ruim 33.000 mensen dagelijks actief gebruik van de dienst.

Steeds breder beschikbaar

OLVG corona check was in eerste instantie bedoeld voor volwassen inwoners van Groot-Amsterdam met gezondheidsproblemen die mogelijk door het coronavirus worden veroorzaakt. Vanwege het succes komt de dienst breder beschikbaar. Almere, Zaanstad en Zwanenburg mogen er vanaf dinsdag 24 maart gebruik van maken. Later volgen andere regio’s en – zeer waarschijnlijk – ook andere landen.

Kijk voor aanmelden en meer informatie op: https://luscii.com/nl/corona-virus/                                                             

RCT naar inzet Luscii bij COPD-patiënten

Ziekenhuis, zorgverzekeraar en Luscii doen samen wetenschappelijk onderzoek

In welke mate leidt thuismeten met Luscii daadwerkelijk tot meer zelfregie, betere kwaliteit van leven en minder zorgkosten? Voor mensen met COPD wordt dit nu onderzocht middel een Randomised Controlled Trial. Een samenwerking tussen Zilveren Kruis, het Deventer Ziekenhuis en Luscii zelf maakt dit mogelijk.

Onderzoeksinitiator en longarts Karin Groenewegen van het Deventer Ziekenhuis ontvangt van patiënten veel positieve reacties over thuismeten. ‘Het Deventer Ziekenhuis volgt COPD- patiënten al een tijdje en patiënten vinden het fijn dat er op afstand altijd iemand meekijkt en patiënten zo inzicht krijgen in hun waardes. We staan open voor nieuwe vormen van zorg, maar het is wel belangrijk dat het nut ervan wetenschappelijk wordt onderbouwd. En dat we ook weten voor welk doel eHealth kan worden ingezet.’

Bewijs nodig

‘In onze pilot kwamen patiënten nog altijd gewoon voor een artsbezoek naar het ziekenhuis. Wat je eigenlijk wilt met thuismeten, is dat patiënten zelflerend worden. Dat ze hun eigen gegevens zien en meer inzicht krijgen in hun ziekte en wat ze zelf kunnen doen om beter te worden. Pas dan heeft eHealth echt zin’, benadrukt Karin Groenewegen. ‘Dan hoeven mensen minder naar het ziekenhuis te komen, neemt de kwaliteit van leven toe en kunnen zorgkosten mogelijk omlaag.’

Vergelijking

In het onderzoek dat nu gaat lopen, krijgt een aantal patiënten de Luscii-app op hun eigen telefoon of tablet. Daarmee worden meetgegevens bijgehouden (bijvoorbeeld: saturatie, gewicht en beweegpatroon). Door de longverpleegkundige of longarts kan op afstand worden ingegrepen als er veranderingen optreden. Een tweede groep ontvangt gangbare zorg. Na één jaar wordt gekeken in welke mate er verschillen zijn in zelfmanagement en kwaliteit van leven.

Aangenamer

‘We weten dat het zeker voor COPD-patiënten belastend is om naar een ziekenhuis te komen’, licht Daan Dohmen van eHealth-ontwikkelaar Luscii toe. ‘Uit niet-wetenschappelijke evaluaties blijkt dat veel patiënten het gebruik van de Luscii app prettig vinden. Tegelijkertijd is er ook discussie over het medische effect van eHealth. Juist daarom moeten we structureel onderzoeken wat die effecten zijn. Zo kunnen we aannames valideren en het concept doorontwikkelen, bijvoorbeeld door via aanpassingen in de app het zelflerend vermogen van patiënten te vergroten. Hoe kunnen we COPD-patiënten van nuttige informatie voorzien én zorgverleners in staat stellen ook thuis een virtuele vinger aan de pols te houden? Tegelijk past dit naadloos in de geweldige uitdaging waar we landelijk voor staan: met de juiste zorg op de juiste plek de zorg van de toekomst betaalbaar houden.’

Van wachtkamer naar woonkamer

Afbeeldingsresultaat voor olivier gerrits zilveren kruisZorgverzekeraar Zilveren Kruis ondersteunt het onderzoek. ‘Wij willen samen met Deventer Ziekenhuis en Luscii de zorg dáár brengen waar patiënten die willen ontvangen’, reageert directeur Zorginkoop Olivier Gerrits. ‘Dat wil zeggen: we maken de stap van wachtkamer naar de woonkamer. Met telemonitoring bij COPD-patiënten maken we dat mogelijk voor longpatiënten. Met de inzet van transformatiegelden gaat het ziekenhuis onderzoeken in welke mate eigen regie bijdraagt aan een verbeterde gezondheid. Ons streven is om in 2021 tien procent van de medisch specialistische zorg naar huis te brengen. Dit onderzoek is belangrijk om die stap te kunnen maken.’ 

BeterDichtbij en Luscii koppelen apps voor optimaal gebruikersgemak

Opschalen digitale zorg stuk eenvoudiger

Patiënten veilig monitoren op afstand én laagdrempelig contact met de juiste zorgverlener als het nodig is? De samenwerking tussen de snelgroeiende bedrijven BeterDichtbij en Luscii maakt het mogelijk, zo werd vandaag bekend. Zorgorganisaties kunnen de twee diensten nu geïntegreerd inzetten en zelfs direct verbinden met hun elektronisch patiëntendossier (EPD).

Meer gemak in de zorg

BeterDichtbij richt zich op veilig digitaal contact tussen patiënt en zorgverlener. Luscii legt zich juist volledig toe op de beste thuismeet oplossing. Duizenden patiënten maken inmiddels gebruik van de medische apps. De inzet van beide diensten groeit dan ook snel, net als het aantal ziekenhuizen dat gekozen heeft voor zowel Luscii als BeterDichtbij. De koppeling maakt gecombineerd gebruik mogelijk, zonder extra inlog.

 

 “Buiten Godfried Bogaerts BeterDichtbijde zorg zijn consumenten al veel gemak en digitale services gewend” vertelt Godfried Bogaerts, directeur van BeterDichtbij over de samenwerking met Luscii. “Patiënten en zorgprofessionals verdienen hetzelfde gemak. Dat bereiken we door focus te houden op de relatie tussen de patiënt en zijn zorgverleners, op aandacht en contact in plaats van de onderliggende technologie. Aan ons als leveranciers om dit gezamenlijk mogelijk te maken.”

 

 

Daan Dohmen, oprichter en CEO van Luscii vult aan: “Ik vind het geweldig dat steeds meer ziekenhuizen het gemak van contact via BeterDichtbij en thuismeten via Luscii voor hun patiënten en zorgverleners mogelijk maken. Met de verbinding tussen onze twee snelgroeiende apps zetten we een grote stap voor de zorg. Voor elke vakgroep wordt het nu reëel om betaalbaar én met bewezen technologie de juiste zorg op de juiste plek te organiseren.”

 

Alle data in het epd

De samenwerking met BeterDichtbij is op zichzelf al een mooie stap. Nog mooier is dat beide partijen gekoppeld zijn aan ChipSoft HiX via Zorgplatform. Het kan dus nu gewoon: Luscii en BeterDichtbij geïntegreerd gebruiken vanuit het EPD. Dat maakt het werk voor zorgverleners aangenamer en digitale zorg voor meer patiënten mogelijk. 

Eenvoud en overzicht

Als patiënten een zorgwekkende thuismeting insturen via de Luscii app, ontvangt de juiste zorgverlener automatisch een alert in het BeterDichtbij webplatform. Met één klik is er toegang tot Luscii data en trends over de gezondheid van de patiënt.  En met een volgende klik kan de zorgverlener eenvoudig appen met de patiënt of een beeldbelgesprek aangaan via BeterDichtbij.

 Inzetbaar voor alle specialismen

Luscii heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot marktleider op het gebied van thuismeten. Het startte met programma’s voor COPD en hartfalen maar is inmiddels toepasbaar voor alle ziektebeelden. Zo sloot het Jeroen Bosch Ziekenhuis onlangs nog een “Luscii for all” contract om thuismeten op alle afdelingen mogelijk te maken. Dit sluit goed aan bij BeterDichtbij, dat als dienst reeds breed wordt ingezet voor alle patiënten van deelnemende ziekenhuizen en huisartsenpraktijken. 

Wilhelmina Ziekenhuis Assen

Het Wilhelmina Ziekenhuis Assen, toch al vooruitstrevend als het gaat om de inzet van digitale technologie, zal de koppeling tussen Luscii en BeterDichtbij als eerste in gebruik nemen. Als alles naar wens verloopt komt de gecombineerde dienst breed beschikbaar.

BeterDichtbij          .

 

 

Jeroen Bosch Ziekenhuis en Luscii maken thuismeten breed inzetbaar

‘Geen pilots meer, maar echte impact’

Onder de noemer ‘Luscii for all’ maken het Jeroen Bosch Ziekenhuis (JBZ) en zorginnovator Luscii maken thuismeten beschikbaar voor alle patiënten die daar baat bij hebben. De Luscii app integreert naadloos in het EPD van zorgverleners. Meldingen van Luscii ontvangen artsen en verpleegkundigen dus direct in hun vertrouwde zorgdossier.  

Virtuele vinger aan de pols

Patiënten ontvangen digitale coaching en doen thuis zelf metingen, zoals bloeddruk of gewicht. Daarnaast beantwoorden ze regelmatig een vragenlijst over hun welzijn. Via de Luscii app worden gegevens op een veilige manier gedeeld met het ziekenhuis. Zijn de waarden verontrustend? Dan ontvangt de juiste zorgverlener automatisch een melding in het dossier en is direct contact mogelijk via een beeldverbinding. 

Opschaling

Afbeeldingsresultaat voor janet van kuilenburg jbzHet JBZ startte eind 2018 met een proef voor mensen met COPD en hartfalen. Patiënten die deelnamen voelden zich veilig en ontwikkelden meer ziekte inzicht. De resultaten zijn aanleiding om thuismetingen nu grootschalig en breder in te gaan zetten. Janet van Kuilenburg, cardioloog bij JBZ; “Thuismeten biedt uitkomst voor diverse patiëntgroepen. Zorgverleners houden een virtuele vinger aan de pols, waar je ook bent. Vrijheid als het goed gaat. Extra aandacht en veiligheid als het nodig is. Dat is juiste zorg op de juiste plaats en dat is precies wat we willen voor mensen in onze regio.” 

In eerste instantie worden de projecten bij COPD en Hartfalen opgeschaald. Daarna komen andere vakgroepen aan bod. Meerdere specialismen hebben al plannen ingediend, zoals hematologie en gynaecologie. Zowel patiënten als zorgverleners zijn nauw betrokken bij de ontwikkeling. 

Zelf programma samenstellen

Gerelateerde afbeeldingVoor Daan Dohmen, oprichter en CEO van Luscii, gaat zo een droom in vervulling. “We hebben als team keihard gewerkt om van Luscii een simpel bouwpakket te maken en dat is gelukt. Zorgprofessionals kunnen nu met Luscii zelf hun thuismeet programma samenstellen. Relevante meetwaarden, e-learning op maat, zelfs de algoritmen die tot een melding in het dossier leiden zijn eenvoudig aan te passen. Geen pilots meer, maar echte impact. Dat het JBZ er als eerste mee aan de slag gaat is geweldig.”

Alrijne start met unieke pilot voor thuismeten

Alrijne ziekenhuis, met locaties in Leiderdorp, Leiden en Alphen aan den Rijn, begeleidt vanaf 17 december een groep patiënten met hartfalen en COPD op afstand. Patiënten doen thuis zelf metingen via de Luscii app, zoals de bloeddruk, en beantwoorden regelmatig digitaal een vragenlijst over hun welzijn. Bijzonder is dat zorgprofessionals direct in hun elektronisch patiëntendossier (HiX van ChipSoft) een melding ontvangen als de gegevens hiervoor aanleiding geven. Alrijne is het eerste ziekenhuis dat de Luscii app vanaf de start gekoppeld heeft aan het EPD met behulp van Zorgplatform. Zorgverzekeraar Zorg en Zekerheid financiert de innovatie.  

Dichter bij de patiënt

Afbeeldingsresultaat voor petra van pol cardioloog Artsen en verpleegkundigen zijn enthousiast. ‘Zorg was altijd in het ziekenhuis’ vertelt cardioloog Petra van Pol. ‘Thuismeten brengt ons dichter bij het huis van de patiënt. Tegelijkertijd kunnen we efficiënter zorg verlenen. Juist omdat iedereen goed in zicht is hoeven stabiele patiënten minder vaak langs te komen. Zo krijgen we meer tijd voor mensen die onze aandacht hard nodig hebben.’

 

‘Doordat patiënten nu zelf meten verwachten we dat zij meer inzicht krijgen in hun symptomen’, vult Karin van der Hoeven aan. De verpleegkundige en teamleider van de polikliniek Longgeneeskunde ziet dat dit nog vaak ontbreekt. ‘Dat hoestje gaat vanzelf wel over denken mensen, terwijl juist dat voor ons een signaal is  om in te grijpen. Het zou mooi zijn als we op deze manier opnames kunnen voorkomen.’

Stijgende zorgvraag

Afbeeldingsresultaat voor jorne grolleman alrijneJorne Grolleman, programmamanager online services in Alrijne, is blij dat thuismeten nu echt van start gaat. ‘Meer zicht op de thuissituatie leidt tot betere zorg, maar het helpt ook om de stijgende zorgvraag op te vangen. Dit is een prachtig voorbeeld van de juiste zorg op de juiste plek.’

Grolleman benadrukt hoe cruciaal de integratie in HiX is. ‘We hebben ooit een eHealth project gehad zonder koppeling. Maar dat werd als tijdrovend ervaren door artsen en verpleegkundigen. Daarom hebben we direct Zorgplatform aangeschaft, waar Luscii al een bewezen koppeling mee had gemaakt. De samenwerking tussen onze technici en ChipSoft verliep prima.’

Boaz Pollé, Zorgplatform consultant bij ChipSoft, deelt die visie: ‘Alrijne is het eerste ziekenhuis dat twee Luscii-programma’s koppelt via Zorgplatform. Dat is een enorm mooie stap. Doordat meldingen van Luscii direct in het patiëntendossier komen, wordt het uitwisselen van gegevens geïntegreerd in het dagelijks werkproces van de zorgverlener. Zo dragen we bij aan een optimale behandeling van de patiënt.

Financiering via transformatiegelden

De integratie van Luscii in HiX is gefinancierd met transformatiegelden, die bedoeld zijn om innovatie te stimuleren. Marieke Pronk, senior zorginkoper bij Zorg en Zekerheid is dan ook enthousiast over de stappen die Alrijne maakt op het gebied van eHealth. ‘De polikliniek houdt nu een virtuele vinger aan de pols. Dat geeft thuis vertrouwen en rust. Bovendien hoeven mantelzorgers en patiënten minder vaak naar het ziekenhuis.’

Blij met tijdswinst

Gitta Groenenboom, implementatie specialist bij Luscii, is vooral blij dat artsen en verpleegkundigen de Luscii app gewoon vanuit HiX kunnen gebruiken. ‘Luscii wil het leven van zorgprofessionals aangenamer maken. Dat onze app integreert in het vertrouwde zorgdossier van Alrijne past in die visie.’

Thuismeten met Luscii start met een pilot van zes maanden. In die periode worden 25 COPD-patiënten en 25 mensen met hartfalen op afstand begeleid. Daarna wordt besloten of meer mensen gebruiken kunnen maken van de dienst.

.Afbeeldingsresultaat voor Alrijne ziekenhuis     Gerelateerde afbeelding .    .Afbeeldingsresultaat voor zorg en zekerheid Afbeeldingsresultaat voor luscii

Wat ziekenhuizen van Albert Heijn kunnen leren

Albert Heijn heeft haar clientèle met de zelfscankassa zelfredzaam gemaakt. Zodoende kan de grootgrutter meer klanten helpen met hetzelfde personeelsaanbod. Dat is precies wat Luscii beoogt in de zorgsector: patiënten zelfredzaam maken, zodat binnen ziekenhuizen ruimte ontstaat voor de toenemende vraag. 

Nog niet zo lang geleden stonden er lange rijen bij de kassa van de Albert Heijn XL. En helemaal achteraan de rij stond ik, met mijn mandje vol bonusaanbiedingen, oogcontact zoekend met de servicebalie. Mag er alsjeblieft een kassa bij? Voor de caissières zal het ook geen pretje zijn geweest. Hoge werkdruk en klanten die vanwege het lange wachten niet altijd even prettig in de omgang waren. 

Maar toen deed de zelfscankassa haar intrede. In het begin was dat wennen. Sommige klanten liepen er in een grote boog omheen. Anderen waagden zich eraan. Zelf barcodes scannen, maar waar zit de code eigenlijk? Je zag mensen soms minuten lang zoeken. En moet ik echt zelf mijn groente en fruit wegen? Medewerkers kregen het aanvankelijk drukker. Het kostte tijd om klanten wegwijs te maken met het nieuwe systeem. Maar inmiddels is de rust in de Albert Heijn wedergekeerd. 

De rijen bij de kassa zijn verdwenen. Caissières nemen weer de tijd voor een praatje met de vaak wat oudere mensen die nog graag afrekenen op de traditionele manier. Bij de zelfscankassa zijn klanten routineus aan de slag. Ze weten inmiddels precies waar de code van hun favoriete producten zit. Scannen, afrekenen en door. Soms lukt het even niet, maar dan is er altijd wel een medewerker die de klant snel uit de brand helpt. De druk op het personeel is flink afgenomen. 

De rijen bij de kassa van de Albert Heijn, zoals ze er vroeger stonden, doen me aan de volle wachtkamers in het ziekenhuis denken. De bijna standaard mededeling op het scherm: ‘Het spreekuur loopt veertig minuten uit’. En nee, er kan geen dokter of verpleegkundige bij. Onder druk van de vergrijzing zal de wachtkamer nog voller stromen en de wachttijd verder oplopen. Wat het ziekenhuis nodig heeft is haar eigen zelfscankassa. Een nieuwe manier van zorg verlenen die patiënten meer zelfredzaam maakt. Luscii wil daarbij helpen.

In het ziekenhuis komen veel mensen voor controle. De bloeddruk wordt gemeten, de pols, het gewicht. De arts of verpleegkundige vraagt naar het welbevinden en tot slot volgen nog wat adviezen als het gaat om leefstijl. Met hulp van de Luscii app nemen patiënten deze handelingen over van zorgprofessionals. In de Albert Heijn scannen mensen nu zelf hun brood, melk en pastasalade. Met hulp van de Luscii app meten patiënten thuis zelf hun bloeddruk, pols en gewicht. Ook hun welbevinden kunnen zij prima via de app delen met hun zorgverleners. Luscii plaatst de waarden direct in het elektronische zorgdossier. Professionals hebben er nauwelijks omkijken naar. Behalve als de waarden verontrustend zijn. Dan ontvangt de juiste zorgverlener meteen een melding. Indien nodig is direct contact mogelijk middels een haarscherpe beeldverbinding. De behandeling kan direct worden aangepast.   

En de coaching dan? En het leefstijladvies? De Luscii app biedt toegankelijke e-learning op maat. Beeldbellen geeft handvatten voor persoonlijke begeleiding op momenten dat het ertoe doet. Patiënten hoeven daardoor veel minder naar het ziekenhuis, maar professionals houden wel een digitale vinger aan de pols mocht het thuis onverhoopt niet goed gaan. 

Albert Heijn heeft flink geïnvesteerd in zelfscankassa’s. Zowel klanten als medewerkers moesten er aan wennen. Maar inmiddels is iedereen er blij mee. Zelfs de mensen voor wie het allemaal iets te modern is. De klassieke caissière heeft immers weer tijd voor een praatje. Laten we hopen dat dit binnenkort ook weer voor de arts en de verpleegkundige geldt. 

Pionieren schept een band

Zorg verlenen met de Luscii app is pionieren. Dat geldt voor medewerkers van Luscii, die dagelijks bezig zijn met verbeteringen en nieuwe functies. Maar dat geldt zeker voor verpleegkundigen die onze technologie toepassen in de praktijk. Om het beste in elkaar naar boven te halen organiseren we daarom twee keer per jaar een ontmoeting tussen de makers, maar vooral de gebruikers van de Luscii technologie. Dit keer vond de sharing session plaats in Utrecht, en het programma mocht er zijn. 

Ehealth en verpleegkundige competenties

Een valkuil bij de inzet van digitale toepassingen is een te grote nadruk op technologie. Hoe werkt het? In plaats van: hoe pas ik het toe op een patiëntvriendelijke manier? Thijs van Houwelingen, docent verpleegkunde en gepromoveerd op de toepassing van ehealth, opende daarom met een college over verpleegkundige competenties bij zorg op afstand. Hoe presenteer je jezelf via een beeldscherm? Hoe observeer je? En hoe maak je persoonlijk contact?  Thijs kwam met tal van tips en zette de verpleegkundigen daarna zelf aan het werk. Oefenen maar! Zijn proefschrift is trouwens zeer de moeite waard. Hier vindt je een toegankelijke samenvatting.

Vliegwiel voor digitale innovatie

Het is een misvatting dat patiënten niet op technologische innovatie zitten te wachten. Bettine Pluut van de Patiëntenfederatie vertelde dat maar liefst tachtig procent van de patiënten graag gebruik maakt van zorg op afstand. Daarom heeft de Patiëntenfederatie het Vliegwiel voor zorginnovatie ontwikkeld. Een breed samenwerkingsverband met zorgverzekeraars, zorgaanbieders en producenten. Ze riep alle aanwezigen op zich aan te sluiten bij het netwerk. Zo kunnen ervaringen worden gedeeld en komen we gezamenlijk sneller tot best practices. Ook geïnteresseerd? Check de link!

Zelfmanagement

Luscii oprichter Daan Dohmen deelde de toekomstplannen. Hij legde de nadruk op de kennisbiites die Luscii momenteel ontwikkelt in samenwerking Indiveo: innovatieve e learning die patiënten praktische handvatten biedt om weer grip op het leven te krijgen. Hij liet de eerste ontwerpen zien en nodigde de aanwezige verpleegkundigen uit om inhoudelijk mee te denken. Bekijk de video om een beeld te krijgen van de originele stijl van indiveo!

 

Minder klikken en beter overzicht

Tot slot presenteerde designer Dennis Koolwijk en product owner Anne Pasdeloup nieuwe features in de Luscii app, die ze ontwikkelden op basis van feedback van de gebruikers. Minder klikken en beter overzicht, dat was de kern. Het was bijzonder om te zien hoe zich daarna een geanimeerd gesprek ontspon tussen zorgprofessionals en designers. Twee verschillende werelden, verenigd in een zaal in Utrecht. Dat is precies wat zo’n sharing session uniek maakt.

Na afloop van het officiële programma vierden we de virtuele zorg die we gezamenlijk mogelijk maken. Sushi, lokaal bier en de blik vol vertrouwen gericht op de toekomst. Makers en gebruikers van de Luscii app, samen aan de borrel. Pionieren schept een band. 

 

Luscii en Indiveo slaan handen ineen voor zelfmanagement

Interactieve educatie nieuwe standaard bij patiëntvoorlichting

De voorlichtingsvideo’s en animaties van Indiveo zijn vanaf nu ook te vinden in de Luscii app voor telebegeleiding. Zo leren patiënten op een toegankelijke manier omgaan met hun ziekte. De samenwerking tussen Luscii en Indiveo brengt mogelijkheden voor zelfmanagement naar een hoger niveau.

Indiveo

Longarts Ralph Koppers uit het Medisch Centrum Leeuwarden stoorde zich aan de patiëntenfolders vol algemene informatie en lange lappen tekst. Om dat te veranderen richtte hij samen met ontwerper Edwin de Boer Indiveo op. In de vorm van zogenaamde Divi’s bieden zij toegankelijke en op maat gemaakte patiëntinformatie met beeld en geluid. Er zijn al meer dan 30.000 patiënten via Indiveo voorgelicht. “We zien dat mensen door onze informatievoorziening minder onzeker zijn over wat er gaat gebeuren”, aldus de longarts.

 

 

Educatie via de Luscii app

De Luscii app wordt inmiddels in bijna de helft van de Nederlandse ziekenhuizen ingezet. De app biedt drie hoofdfuncties om patiënten op afstand te begeleiden: thuismeten, educatie en contact. “Wij wilden ons educatieve deel moderniseren maar alleen met de allerbeste gebruikservaring“ zegt dr. Joris Janssen, Head of Product bij Luscii. “Cid Berger, commercieel directeur bij Zorgverzekeraar De Friesland, bracht ons met Indiveo in contact. Zij hadden via hun stichting de totstandkoming van meerdere Divi’s gefinancierd en zagen mooie synergie.”

Elkaar versterken

Luscii heeft als doel patiënten te begeleiden naar zelfstandigheid. “Zelfmanagement is daarbij cruciaal”, benadrukt Joris. “Door Indiveo te integreren in Luscii is dit op een heel moderne wijze mogelijk. Op maat gemaakte informatie is direct zichtbaar in de app. En we ontwikkelen gezamenlijk ​Kennisbiites​. Dat zijn korte, interactieve vragenlijsten die patiënten digitaal coachen bij alledaagse situaties. Beweging, voeding, het in stand houden van je netwerk; het komt allemaal aan de orde in de ​Kennisbiites.​ Ook longarts Ralph Koppers is daar enthousiast over. “Op deze wijze kunnen we onze Divi’s nog breder inzetten en uitbouwen.”

1 app voor elk ziektebeeld

De integratie van Luscii en Indiveo is gestart voor mensen met COPD. Maar daar stopt het niet. Er zijn Divi’s voor vele specialismen en ook Luscii is al in allerlei vakgroepen inzetbaar. De samenwerking is een mooi voorbeeld hoe Nederlandse bedrijven elkaar versterken.

Meer informatie: ​www.luscii.com/zelfmanagement

‘Ineens wilden cliënten een selfie met me maken’

Hoe houden we de zorgsector toekomstbestendig? Luscii laat professionals aan het woord die onderdeel zijn van de oplossing. Vandaag praten we met verpleegkundige Tommie Niessen. Zijn verhalen over zorg bereiken een breed publiek en plaatsen de sector in een zeer positief daglicht. Maar hij vindt wel dat werkgevers beter voor hun medewerkers mogen zorgen. 

Wat is er zo mooi aan het vak?

‘Als tiener heb ik allerlei opleidingen geprobeerd. Marketing, ict, maar ik voelde me nergens echt thuis. Omdat ik toch een inkomen nodig had ben ik als huishoudelijke hulp gaan werken, en merkte dat ik vaak een klik met ouderen heb. Het leek mijn moeder daarom een goed idee als ik de opleiding tot ziekenverzorgende zou gaan doen. Tijdens mijn eerste stage leerde ik een oude man kennen die me aan mijn overleden opa deed denken. Ik kon het goed met de man vinden. Hij woonde in een wat vervallen huis met bruine meubels en kale muren. Om de boel wat op te vrolijken heb ik hem de schilderijen van mijn overleden opa gegeven. Hij was blij, maar ik ook: eindelijk had ik de juiste richting gevonden. Toen ik eenmaal ziekenverzorgende was heb ik daarom ook nog de verpleegkunde opleiding gedaan.

In de zorg kun je op een heel directe en persoonlijke manier iets voor iemand betekenen. Of je nu emotionele steun geeft, of een steunkous aantrekt maakt wat dat betreft niet uit. Het geeft voldoening om iets voor een ander te doen, dan is het toch mooi als je daar je werk van maakt? Ik vraag me trouwens af of mijn patiënten beseffen wat ze voor mij betekenen. Hun levenservaring is voor mij vaak een soort boekenkast waarin ik terecht kom.’ 

Het lukt je heel goed om je ervaringen over te brengen in verhalen, hoe doe je dat? 

‘Verhalen schrijven deed ik altijd al, maar ik ben er wel in gegroeid. Ik vind taal gewoon super gaaf. Ik lees ook graag. Mijn verhalen gaan doorgaans over heel kleine dingen. En de manier waarop je iets overbrengt bepaalt hoe het ontvangen wordt. Mijn opa was vroeger journalist en mijn vader schrijft ook mooie stukjes, al doet hij er weinig mee. Het zit dus wel een beetje in de familie.’  

Ben je verbaasd over je eigen ontwikkeling?

‘Soms denk ik: alles valt op zijn plek. Nu ik ouder ben zie ik in dat de dingen die ik vroeger gedaan heb niet voor niets zijn geweest. Toen ik marketing deed sprak ik vaak voor grote groepen. Op die ervaring bouw ik nu voort. Ict? Ik doe nu veel met social media. Maar verbaasd ben ik niet echt. Dingen gaan zoals ze gaan. Ik heb ook geen idee waar ik over tien jaar sta. Ik zie wel, en dat maakt het leven juist mooi.’ 

Het gebeurt regelmatig dat je mensen inspireert om voor de zorg te kiezen. Hoe voelt dat? 

‘Dat vind ik heel bijzonder. Uiteindelijk maken mensen zelf die keuze, maar als ik daar een steentje aan bij heb mogen dragen is dat super leuk. Maar het is niet mijn doel om mensen naar de zorg toe te lokken. Ik wil gewoon realistische verhalen vertellen. Ik heb weleens een aanbod gehad om voor een mooi bedrag actief mensen richting de zorg te schrijven, maar daar voel ik niks voor. Verhalen schrijven doe ik voor mezelf, ik hou de regie.’ 

Je boek is een groot succes en je geeft regelmatig lezingen. Wat is er voor jou veranderd in je werk? 

‘Ineens wilden cliënten een selfie met me maken. Zulke dingen vind ik wel apart. Mensen krijgen ook een ander beeld van je. Dan ben je plots Helmonder van het jaar. Dat maakt het niet altijd makkelijker. Het afgelopen jaar heb ik mensen met dementie individueel begeleid, dus had ik niet veel met collega’s te maken. Alleen in de groepsapp hoor ik dan vaak: jij bent toch die Tommie? In december ga ik weer in de wijk met collega’s werken en ben wel benieuwd hoe dat gaat. Ik hoop dat ze me gewoon als hun collega Tommie zien. Ik heb er wel over nagedacht om alleen nog maar lezingen te geven, of om docent verpleegkunde te worden, maar dat wil ik nog helemaal niet. Ik voel niet dat ik weg wil van het bed.’ 

Wat moet er wat jou betreft gebeuren om de zorg aantrekkelijk te houden? 

Zorgorganisaties moeten goed voor hun medewerkers zorgen. Dan doen de medewerkers de rest. Daar ben ik van overtuigd. Het begint ermee dat de wensen van zorgverleners meer centraal mogen staan. Wil je alleen nachtdiensten werken? Dan moet dat kunnen. Alleen overdag? Ook goed. Natuurlijk moet er af en toe een concessie worden gedaan, maar dat iedereen alle diensten moet doen is zo achterhaald. Waarom worden zoveel mensen zzp’er? Omdat ze iets missen bij hun organisatie. En meestal is dat de vrijheid om zelf te bepalen wanneer je werkt.

Het vak is prachtig, daar hoeven we niets aan te veranderen. Maar maak het als werkgever aangenamer. Tijd is wat dat betreft heel belangrijk. Natuurlijk kan ik in tien minuten de steunkousen van meneer Jansen aandoen en zijn ogen druppelen. Dat haal ik makkelijk, maar meneer Janssen heeft dan nauwelijks de ruimte om nog iets te vertellen. Zorg is tegenwoordig zo gericht op productie, en qua bureaucratie zo complex gemaakt met allerlei ingewikkelde geldstromen, dat haalt het menselijk aspect eruit. Naast vrijheid en tijd is waardering belangrijk. Dat schouderklopje van de manager is er meestal wel, maar een hoger salaris en betere secundaire arbeidsvoorwaarden zouden niet misstaan. Waarom krijgen mensen in de zorg bijvoorbeeld niet een gratis zorgverzekering? Dat zou het werk een stuk aantrekkelijker maken.’

Kunnen zorgverleners zelf iets veranderen aan hun werkomstandigheden?  

‘Zorgverleners zorgen slecht voor zichzelf. Ze gaan maar door en willen hun collega’s en patiënten niet in de steek laten. Het verantwoordelijkheidsgevoel is groot. Zo groot dat ze erdoor in de problemen komen. Mijn vriendin was zwanger, en ik heb haar zelf ziek moeten melden. Het ging gewoon niet meer. Dikke benen enzo. Maar ze wilde perse door tot haar verlof. Ze dacht alleen maar aan haar collega’s en cliënten. Da’s mooi, maar niet mooi als je er zelf aan onderdoor gaat.

Veel van dit soort problemen kunnen we als zorgverleners zelf oplossen. We hebben het altijd over verpleegkundig leiderschap. Maar ik zou ook graag leiderschap zien van verzorgenden en helpenden. Als al deze mensen assertiever worden, en eerder gezamenlijk nee zeggen tegen zaken die opgelegd worden, dan hou je meer grip op je werkomstandigheden. Dat het vooralsnog niet gebeurt, zit toch een beetje in de beroepsgroep zelf. Er wordt onmachtig naar boven gekeken. Zij bepalen toch wel wat wij moeten doen. Maar als je collectief nee zegt tegen een plan dat de werkdruk alleen maar groter maakt ontslaan ze heus niet het hele team. En kijk ook eens om je heen. Welke zaken zijn echt belangrijk, en wat zou er allemaal aan handelingen geschrapt kunnen worden? Met assertiviteit en een kritische blik kunnen teams het werk gezamenlijk ook zelf een stuk aantrekkelijker maken.’

Foto’s van Tommie: Dennis Vloedmans

Opschalen is een teamprestatie. Het verhaal van Wilhelmina Ziekenhuis Assen.

Ruim een half jaar ervaring heeft het Wilhelmina Ziekenhuis Assen (WZA) inmiddels met de Luscii app, en het enthousiasme is groot. Uit evaluaties blijkt dat patiënten zich veiliger voelen, de samenwerking tussen professionals goed loopt en Luscii eenvoudig is in het gebruik. Daarom heeft het Drentse ziekenhuis besloten door te groeien. In eerste instantie op poli hartfalen, maar de ambities reiken verder. 

Het is april 2019 wanneer de eerste hartfalen patiënten op de polikliniek van het WZA uitleg krijgen over de Luscii app. Voortaan meten zij thuis zelf pols, bloeddruk en gewicht, waardoor zij niet meer voor controles naar het ziekenhuis hoeven. Via de Luscii app worden de meetgegevens verzonden naar Medisch Service Centrum NAAST. Loopt het gewicht of de bloeddruk op?  NAAST stelt meteen de hartfalenverpleegkundige in het WZA op de hoogte. Met een haarscherpe beeldverbinding kan de verpleegkundige vervolgens direct contact maken met de patiënt om de situatie te beoordelen.

Nurse in the lead

Erica StoerErica Stoer, hartfalenverpleegkundige in opleiding, is een van de initiatiefneemsters. ‘Op de polikliniek zie ik mensen vaak terug voor controles. De agenda’s puilen uit. Ik vroeg me af: kan dit niet anders? We hadden in het WZA al een visiedocument over telebegeleiding en ik ben op zoek gegaan naar passende systemen. Toen kwam ik bij Luscii uit. Toevallig genoeg had ons bestuur ook al contact met Luscii.’ Er werd vervolgens een afspraak geregeld tussen cardioloog Richard de Jong, WZA-bestuurder Suzanne Kruizinga en Daan Dohmen, de oprichter van Luscii. En Erica Stoer? Die schoof gewoon aan. ‘We zijn een relatief klein ziekenhuis met korte lijnen. Iedereen kent elkaar. Dat ik als verpleegkundige aanschuif bij zo’n gesprek past daarbij. Uiteindelijk moet ik met het systeem werken.’

Stapje voor stapje

‘We starten met een doorgroei naar vijftig patiënten’, vertelt cardioloog Richard de Jong. ‘We moeten ervaring opdoen en de organisatie waar nodig aanpassen. Het liefst begeleid ik natuurlijk al mijn hartfalenpatiënten op afstand. Het is nog te vroeg voor verregaande conclusies, maar uit meerdere studies blijkt inmiddels dat telebegeleiding ziekte-inzicht en eigen regie bij patiënten stimuleert. We verwachten zelfs dat het aantal acute opnames op termijn zal dalen omdat we achteruitgang eerder in beeld hebben. Groei in het aantal patiënten betekent wel een verschuiving in de werkzaamheden op de polikliniek. Verpleegkundigen voeren nu regie over de telebegeleiding. Dat doen ze geweldig, maar ze moeten wel gefaciliteerd worden in die verantwoordelijkheid. Ik ben voor hen slechts supervisor en achterwacht.’

De juiste zorg op de juiste plaats

Bestuurder Suzanne Kruizinga, vroeger arts op de spoedeisende hulp, vindt het een prachtige ontwikkeling. ‘We staan te popelen om breed op te schalen met Luscii. Het liefst includeer ik alle patiënten die langdurig zorg nodig hebben vandaag nog in het thuismeet-programma. Door vergrijzing neemt het aantal patiënten toe terwijl specialistische verpleegkundigen schaarser worden. De juiste zorg op de juiste plaats biedt uitkomst en de technologie van Luscii helpt om dat veilig te organiseren. Daarnaast is het hard nodig dat we patiënten meer betrekken bij de behandeling. Onderzoek laat zien dat juist telebegeleiding daarvoor aanknopingspunten biedt.’       

Soms ervaart Kruizinga enige oppositie in de organisatie. ‘Zorgprofessionals moeten hun patiënten loslaten en dat is niet altijd makkelijk. Maar’, zo relativeert ze de weerstand, ‘het is vooral een uitdaging om het enthousiasme over telebegeleiding in goede banen te leiden. Ik heb elke week wel een medisch specialist aan mijn bureau staan die grootse plannen heeft met thuismeten. En met het werven van patiënten zijn we gestopt omdat we de toestroom niet aankonden. Ik wil opschalen, zo snel mogelijk, maar wel zorgvuldig. Telebegeleiding betekent processen aanpassen. Dat doe ik het liefst zonder de hele organisatie overhoop te halen. Leren, groeien en bestendigen, dat is het adagium. Er moet ruimte zijn om uit te proberen en fouten te maken. En het verdienmodel moet ook kloppen. Maar ik heb er alle vertrouwen in dat we gezamenlijk slagen in de omslag.’ 

Zilveren Kruis blij met zorg veilig thuis

‘Veel mensen vinden het prettig om thuis behandeld te worden’, vertelt Rutger de Vries, senior inkoper bij Zilveren Kruis. ‘Zij ervaren dat deze zorg hen meer regie op hun leven, flexibiliteit en comfort geeft. Dus we zijn blij met de opschaling in het WZA. Het ziekenhuis geeft innovatie een centrale plek. Periodieke controles voor chronisch zieke ouderen waren lang de regel, maar thuismeten biedt veel voordelen. Het leidt tot maatwerk en voorkomt dat patiënten en hun naasten telkens moeten reizen. Ziekenhuizen zien dat in. Het vraagt echter een andere organisatie en andere manier van werken. Zo hebben verpleegkundigen ondersteuning nodig in hun nieuwe rol. We blijven actief op zoek naar mogelijkheden om zorg slimmer te organiseren en volgen de ontwikkelingen in het WZA wat dat betreft met bovengemiddelde belangstelling.’

WZADat het verdienmodel van het WZA aandacht behoeft, zoals Suzanne Kruizinga aangeeft, beaamt De Vries. ‘Wanneer ziekenhuizen succesvol zijn met telebegeleiding leidt dat tot minder bezoek aan de polikliniek en spoedeisende hulp. Dat is goed voor de patiënt en de zorgkosten, maar niet voor de inkomsten van het ziekenhuis. We praten momenteel met het WZA over het opvangen van dergelijk inkomensverlies. Geld mag immers geen rem zijn op deze mooie ontwikkeling. Welke contractvorm daar het beste bij past, daar kijken we gezamenlijk naar.’

In de tussentijd heeft het WZA niet stilgezeten. Bij het verschijnen van dit artikel is de opschaling naar vijftig patiënten al lang en breed behaald en zijn er concrete plannen om de Luscii app in te zetten op andere specialismen, waaronder oncologie en chirurgie.  

‘Een technische innovatie voer je nooit zomaar door’

In de beleving van veel artsen en verpleegkundigen is telebegeleiding nog altijd iets van de toekomst. Het Slingeland ziekenhuis, onderdeel van Santiz, begeleidt echter al jaren chronisch zieke patiënten op afstand. Luscii sprak met Malou Peppelman, programmamanager innovatie bij Santiz. Wie is Malou? Wat is haar rol? En waarom heeft haar ziekenhuis zo’n ervaringsvoorsprong genomen?

Sommige kinderen willen brandweerman worden. Jij dacht: later word ik innovatiemanager?


malou Peppelman‘Ha ha, nee hoor. Na mijn vwo had ik uiteenlopende interesses. De gezondheidszorg sprak me erg aan, maar ik hield ook van wiskunde en techniek. Daarom koos ik voor technische geneeskunde. Na mijn afstuderen ben ik in Nijmegen gepromoveerd op niet invasieve diagnostiek bij huidafwijkingen. Als postdoc ben ik daarna nog enige tijd werkzaam gebleven in het Radboudziekenhuis. Dicht op de zorgpraktijk, samenwerking met bedrijven, de inzet van innovatieve techniek, het was nuttig, boeiend en leerzaam. Daarna wilde ik mijn horizon verbreden. Ik had management ambities, maar wilde ook graag bezig zijn met vernieuwing in de zorg. Ik raakte met Santiz ziekenhuizen in gesprek.Ze waren bezig met het neerzetten van een innovatiestructuur in Doetinchem (Slingeland ziekenhuis) en Winterswijk (Streekziekenhuis Koningin Beatrix) en zagen daarin een mooie rol voor mij weggelegd. Zo ben ik innovatiemanager geworden.’

En wat doe je precies?

‘Ik heb een verbindende en faciliterende rol. Wanneer artsen of verpleegkundigen in de praktijk ergens tegenaan lopen breng ik hen in contact met de juiste persoon om een oplossing te organiseren. Dat kan intern zijn, maar ook extern. Het medisch service centrum NAAST doet bijvoorbeeld de eerste triage van de patiënten die we op afstand begeleiden. En Luscii levert de digitale technologie. In de regio werken we in een proeftuin met een persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO). Dat is een website of app, waarin je actief aan de slag kan met je gezondheid. Zo kun je medische gegevens beheren, maar deze ook delen met bijvoorbeeld de huisarts of wijkverpleegkundige.Wat dat betreft is het voor mij belangrijk een goed netwerk te hebben. Daarnaast heb ik een meer strategische rol. Ik initieer en leid verschillende projecten en ben voorzitter van de stuurgroep innovatie binnen Santiz.’ 

Jullie lopen behoorlijk voorop als het gaat om digitale innovaties. Is het moeilijk zorgprofessionals aangesloten te houden?

‘Een technische innovatie voer je nooit zomaar door. Daar zit een idee achter. Het moet de oplossing van een knelpunt zijn. Telebegeleiding doen we bijvoorbeeld niet voor niets: het komt het welzijn van patiënten ten goede. Het ingewikkelde is vervolgens niet de techniek, maar het veranderen van werkprocessen. Dat is vaak de grootste uitdaging. Het begint ermee dat je goed uitlegt waarom verandering nodig is en je mensen faciliteert om de stap te maken. We proberen in eerste instantie de enthousiastelingen in de praktijk aangehaakt te krijgen. Zij zijn vervolgens het beste in staat om hun collega’s mee te krijgen. Ook hier is een breed netwerk weer belangrijk. Ik moet immers wel weten wie de enthousiastelingen zijn.’

Hoe houden we wat jou betreft de zorg toekomstbestendig?

‘We kampen in de Achterhoek met ontgroening en vergrijzing. Dat betekent dat er van twee kanten druk op het stelsel staat. Samen met onze partners zoeken we naar lokale oplossingen. Maar daarvoor is ontschotting noodzakelijk. Op dossierniveau zijn we met het PGO inmiddels op de goede weg. Maar op financieringsniveau moet iedere organisatie nog altijd zijn eigen broek ophouden. Vanuit een goede regionale samenwerking worden ook hier naar oplossingen gezocht.Ook op capaciteitsniveau zijn stappen nodig. Als er bij het servicecentrum een melding van een patiënt binnenkomt moet de dichtstbijzijnde wijkverpleegkundige er naar toe kunnen. Of zij dan van organisatie A of organisatie B is mag eigenlijk niet ter zake doen. We moeten immers met elkaar de zorg in de regio zo efficiënt mogelijk organiseren.’ 

Die druk op de regio, met vergrijzing en ontgroening: verklaart dat jullie voorsprong als het gaat om innovatie?

‘Santiz heeft vroegtijdig geanticipeerd op de uitdagingen van de toekomst. En dat de druk al snel opliep heeft daar ongetwijfeld bij geholpen. We hebben de ambitie de zorg duurzamer te maken en dichterbij. Dat doen we door proactief zorg te verlenen in plaats van reactief, en daarvoor gebruiken we verschillende digitale en technologische oplossingen. De juiste zorg, op de juiste plaats door de juiste zorgverlener is daarom een belangrijk uitgangspunt. Wie echt in het ziekenhuis moet zijn is van harte welkom. Is het niet nodig, dan organiseren we zorg daarbuiten, bijvoorbeeld met telebegeleiding. We investeren in zelfregie van patiënten en kijken scherp naar de kwaliteiten van onze medewerkers. De regie voor het begeleiden op afstand ligt bijvoorbeeld bij verpleegkundig specialisten. Zij zijn daar goed voor toegerust en creëren zo voor cardiologen en longartsen ruimte om medisch specialistisch bezig te zijn. Iedereen moet bij ons zo goed mogelijk uit de verf komen.’     

‘Het zou helpen als we verpleegkundigen meer waarderen’

Hans van den Heuvel is arts en start binnenkort met zijn gynaecologie opleiding. Daarnaast doet hij promotieonderzoek naar de impact van telebegeleiding op risicovolle zwangerschappen. Luscii sprak met hem over de uitdagingen van zijn vakgebied, de invloed van thuismeten op zijn patiënten en de onderlinge samenwerking tussen artsen en verpleegkundigen. 

Je houdt je vooral bezig met verloskunde. Waar lopen je patiënten tegenaan in het dagelijks leven?

‘Voor veel van mijn patiënten is een zwangerschap iets wat ze voor het eerst meemaken. Dat is op zichzelf al spannend. Als er dan ook nog complicaties zijn maakt dat de situatie flink ingewikkelder. Groei die achterblijft, suikerziekte, bloeddrukproblemen. Ook begeleiden we in Utrecht regelmatig zwangere vrouwen met een aangeboren hartafwijking. Al deze mensen kampen met onzekerheden en moeten regelmatig naar het ziekenhuis voor controle en behandeling. Dat is een aanslag op het dagelijks leven. De grootste problemen bij risicovolle zwangerschappen zijn dan ook meestal sociaal van aard. Je begeleidt niet alleen de zwangere, maar ook haar directe naasten. Emoties moeten in goede banen worden geleid en verwachtingsmanagement is daarbij heel belangrijk. Je wil als dokter houvast bieden, maar het moeilijke is dat je tijdens een gecompliceerde zwangerschap weinig met zekerheid kunt zeggen. Het komt er op neer dat ik met veel geduld telkens verschillende scenario’s schets en toelicht.’

Bij zwangerschapshypertensie maken jullie gebruik van thuismeten met Luscii. Hoe bevalt dat? 

Extra veiligheid? Tijdens een zwangerschap bijvoorbeeld.‘Dat bevalt ons heel goed. En met ons bedoel ik ook mijn patiënten. Zwangeren meten thuis zelf dagelijks de bloeddruk en sturen de uitslag naar ons via de Luscii app. Daarnaast beantwoorden ze via de app een vragenlijst over hun welzijn. Thuismeten bevordert ziekte inzicht. Patiënten leren wat een goede bloeddruk is en herkennen de fysieke signalen. Dat leidt tot betrokkenheid en samenwerking. Wanneer mijn patiënten hoofdpijn ontwikkelen meten ze bijvoorbeeld steeds vaker uit zichzelf de bloeddruk. En wanneer deze te hoog is bellen ze het ziekenhuis om te overleggen. Ze begrijpen de samenhang. Daarnaast vinden ze het geruststellend dat er altijd iemand meekijkt. Een verpleegkundige neemt immers direct contact op als de bloeddruk thuis een stijgende lijn vertoont. Vroeger gebeurde het wel dat je iemand twee weken niet zag en op de polikliniek plotseling geconfronteerd werd met een torenhoge bloeddruk. Dat gebeurt door de inzet van Luscii vrijwel niet meer.’

Heeft thuismeten impact op de behandeling?

‘Wanneer je er vroeg bij bent kun je de hoge bloeddruk met tabletten stabiliseren, bijvoorbeeld met een bètablokker. Maar voor het welzijn van de baby wil je niet dat de bloeddruk te veel daalt. In het verleden moesten vrouwen soms meerdere keren per week naar de polikliniek voor controle. Soms werden ze zelf opgenomen ter observatie van de bloeddruk. Dat hoeft nu veel minder omdat vrouwen thuis zelf de bloeddruk meten en we hypertensie vroeg signaleren. Of het in grote groepen ook een positief effect heeft onderzoeken we nog, maar ik ervaar in de praktijk regelmatig een veelbelovende impact.’

Wat zijn de grootste uitdagingen binnen de gynaecologie? 

‘Ik maak me met name zorgen over het gebrek aan verpleegkundigen. Je ziet dat overal: op de bevalkamers, op de klinische afdeling, de kinderafdeling. Het zou helpen als we het verpleegkundig vakgebied meer waarderen. Een hoger salaris, de opleiding aantrekkelijker maken. Ik werk vrij intensief samen met gespecialiseerde verpleegkundigen en heb hen zeer hoog zitten. Juist door de inzet van Luscii zie ik opvallend genoeg dat hun takenpakket verandert en dat zij meer regie krijgen. Vroeger gaven verpleegkundigen op de polikliniek uitleg over de bevalling, nu zijn ze daarnaast een belangrijke schakel in het monitoren van zwangeren op afstand. Verpleegkundigen zijn het eerste aanspreekpunt, zij reageren als een bloeddruk uit de pas raakt. Ik vind het uitstekend dat gynaecologen de verantwoordelijkheid voor de thuisbegeleiding delen met verpleegkundigen. Het intensiveert de onderlinge samenwerking en dat is alleen maar goed.’

 

1