De wereld van Luscii.
Het podium voor zorgprofessionals.

‘Een technische innovatie voer je nooit zomaar door’

In de beleving van veel artsen en verpleegkundigen is telebegeleiding nog altijd iets van de toekomst. Het Slingeland ziekenhuis, onderdeel van Santiz, begeleidt echter al jaren chronisch zieke patiënten op afstand. Luscii sprak met Malou Peppelman, programmamanager innovatie bij Santiz. Wie is Malou? Wat is haar rol? En waarom heeft haar ziekenhuis zo’n ervaringsvoorsprong genomen?

Sommige kinderen willen brandweerman worden. Jij dacht: later word ik innovatiemanager?


malou Peppelman‘Ha ha, nee hoor. Na mijn vwo had ik uiteenlopende interesses. De gezondheidszorg sprak me erg aan, maar ik hield ook van wiskunde en techniek. Daarom koos ik voor technische geneeskunde. Na mijn afstuderen ben ik in Nijmegen gepromoveerd op niet invasieve diagnostiek bij huidafwijkingen. Als postdoc ben ik daarna nog enige tijd werkzaam gebleven in het Radboudziekenhuis. Dicht op de zorgpraktijk, samenwerking met bedrijven, de inzet van innovatieve techniek, het was nuttig boeiend en leerzaam. Daarna wilde ik mijn horizon verbreden. Ik had management ambities, maar wilde ook graag bezig zijn met vernieuwing in de zorg. Ik raakte met Santiz ziekenhuizen in gesprek.Ze waren bezig met het neerzetten van een innovatiestructuur in Doetinchem (Slingeland ziekenhuis) en Winterswijk (Streekziekenhuis Koningin Beatrix) en zagen daarin een mooie rol voor mij weggelegd. Zo ben ik innovatiemanager geworden.’

En wat doe je precies?

‘Ik heb een verbindende en faciliterende rol. Wanneer artsen of verpleegkundigen in de praktijk ergens tegenaan lopen breng ik hen in contact met de juiste persoon om een oplossing te organiseren. Dat kan intern zijn, maar ook extern. Het medisch service centrum NAAST doet bijvoorbeeld de eerste triage van de patiënten die we op afstand begeleiden. En Luscii levert de digitale technologie. In de regio werken we in een proeftuin met een persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO). Dat is een website of app, waarin je actief aan de slag kan met je gezondheid. Zo kun je medische gegevens beheren, maar deze ook delen met bijvoorbeeld de huisarts of wijkverpleegkundige.Wat dat betreft is het voor mij belangrijk een goed netwerk te hebben. Daarnaast heb ik een meer strategische rol. Ik initieer en leid verschillende projecten en ben voorzitter van de stuurgroep innovatie binnen Santiz.’ 

Jullie lopen behoorlijk voorop als het gaat om digitale innovaties. Is het moeilijk zorgprofessionals aangesloten te houden?

‘Een technische innovatie voer je nooit zomaar door. Daar zit een idee achter. Het moet de oplossing van een knelpunt zijn. Telebegeleiding doen we bijvoorbeeld niet voor niets: het komt het welzijn van patiënten ten goede. Het ingewikkelde is vervolgens niet de techniek, maar het veranderen van werkprocessen. Dat is vaak de grootste uitdaging. Het begint ermee dat je goed uitlegt waarom verandering nodig is en je mensen faciliteert om de stap te maken. We proberen in eerste instantie de enthousiastelingen in de praktijk aangehaakt te krijgen. Zij zijn vervolgens het beste in staat om hun collega’s mee te krijgen. Ook hier is een breed netwerk weer belangrijk. Ik moet immers wel weten wie de enthousiastelingen zijn.’

Hoe houden we wat jou betreft de zorg toekomstbestendig?

‘We kampen in de Achterhoek met ontgroening en vergrijzing. Dat betekent dat er van twee kanten druk op het stelsel staat. Samen met onze partners zoeken we naar lokale oplossingen. Maar daarvoor is ontschotting noodzakelijk. Op dossierniveau zijn we met het PGO inmiddels op de goede weg. Maar op financieringsniveau moet iedere organisatie nog altijd zijn eigen broek ophouden. Vanuit een goede regionale samenwerking worden ook hier naar oplossingen gezocht.Ook op capaciteitsniveau zijn stappen nodig. Als er bij het servicecentrum een melding van een patiënt binnenkomt moet de dichtstbijzijnde wijkverpleegkundige er naar toe kunnen. Of zij dan van organisatie A of organisatie B is mag eigenlijk niet ter zake doen. We moeten immers met elkaar de zorg in de regio zo efficiënt mogelijk organiseren.’ 

Die druk op de regio, met vergrijzing en ontgroening: verklaart dat jullie voorsprong als het gaat om innovatie?

‘Santiz heeft vroegtijdig geanticipeerd op de uitdagingen van de toekomst. En dat de druk al snel opliep heeft daar ongetwijfeld bij geholpen. We hebben de ambitie de zorg duurzamer te maken en dichterbij. Dat doen we door proactief zorg te verlenen in plaats van reactief, en daarvoor gebruiken we verschillende digitale en technologische oplossingen. De juiste zorg, op de juiste plaats door de juiste zorgverlener is daarom een belangrijk uitgangspunt. Wie echt in het ziekenhuis moet zijn is van harte welkom. Is het niet nodig, dan organiseren we zorg daarbuiten, bijvoorbeeld met telemonitoring. We investeren in zelfregie van patiënten en kijken scherp naar de kwaliteiten van onze medewerkers. De regie voor het begeleiden op afstand ligt bijvoorbeeld bij verpleegkundig specialisten. Zij zijn daar goed voor toegerust en creëren zo voor cardiologen en longartsen ruimte om medisch specialistisch bezig te zijn. Iedereen moet bij ons zo goed mogelijk uit de verf komen.’     

‘Het zou helpen als we verpleegkundigen meer waarderen’

Hans van den Heuvel is arts en start binnenkort met zijn gynaecologie opleiding. Daarnaast doet hij promotieonderzoek naar de impact van telebegeleiding op risicovolle zwangerschappen. Luscii sprak met hem over de uitdagingen van zijn vakgebied, de invloed van thuismeten op zijn patiënten en de onderlinge samenwerking tussen artsen en verpleegkundigen. 

Je houdt je vooral bezig met verloskunde. Waar lopen je patiënten tegenaan in het dagelijks leven?

‘Voor veel van mijn patiënten is een zwangerschap iets wat ze voor het eerst meemaken. Dat is op zichzelf al spannend. Als er dan ook nog complicaties zijn maakt dat de situatie flink ingewikkelder. Groei die achterblijft, suikerziekte, bloeddrukproblemen. Ook begeleiden we in Utrecht regelmatig zwangere vrouwen met een aangeboren hartafwijking. Al deze mensen kampen met onzekerheden en moeten regelmatig naar het ziekenhuis voor controle en behandeling. Dat is een aanslag op het dagelijks leven. De grootste problemen bij risicovolle zwangerschappen zijn dan ook meestal sociaal van aard. Je begeleidt niet alleen de zwangere, maar ook haar directe naasten. Emoties moeten in goede banen worden geleid en verwachtingsmanagement is daarbij heel belangrijk. Je wil als dokter houvast bieden, maar het moeilijke is dat je tijdens een gecompliceerde zwangerschap weinig met zekerheid kunt zeggen. Het komt er op neer dat ik met veel geduld telkens verschillende scenario’s schets en toelicht.’

Bij zwangerschapshypertensie maken jullie gebruik van thuismeten met Luscii. Hoe bevalt dat? 

Extra veiligheid? Tijdens een zwangerschap bijvoorbeeld.‘Dat bevalt ons heel goed. En met ons bedoel ik ook mijn patiënten. Zwangeren meten thuis zelf dagelijks de bloeddruk en sturen de uitslag naar ons via de Luscii app. Daarnaast beantwoorden ze via de app een vragenlijst over hun welzijn. Thuismeten bevordert ziekte inzicht. Patiënten leren wat een goede bloeddruk is en herkennen de fysieke signalen. Dat leidt tot betrokkenheid en samenwerking. Wanneer mijn patiënten hoofdpijn ontwikkelen meten ze bijvoorbeeld steeds vaker uit zichzelf de bloeddruk. En wanneer deze te hoog is bellen ze het ziekenhuis om te overleggen. Ze begrijpen de samenhang. Daarnaast vinden ze het geruststellend dat er altijd iemand meekijkt. Een verpleegkundige neemt immers direct contact op als de bloeddruk thuis een stijgende lijn vertoont. Vroeger gebeurde het wel dat je iemand twee weken niet zag en op de polikliniek plotseling geconfronteerd werd met een torenhoge bloeddruk. Dat gebeurt door de inzet van Luscii vrijwel niet meer.’

Heeft thuismeten impact op de behandeling?

‘Wanneer je er vroeg bij bent kun je de hoge bloeddruk met tabletten stabiliseren, bijvoorbeeld met een bètablokker. Maar voor het welzijn van de baby wil je niet dat de bloeddruk te veel daalt. In het verleden moesten vrouwen soms meerdere keren per week naar de polikliniek voor controle. Soms werden ze zelf opgenomen ter observatie van de bloeddruk. Dat hoeft nu veel minder omdat vrouwen thuis zelf de bloeddruk meten en we hypertensie vroeg signaleren. Of het in grote groepen ook een positief effect heeft onderzoeken we nog, maar ik ervaar in de praktijk regelmatig een veelbelovende impact.’

Wat zijn de grootste uitdagingen binnen de gynaecologie? 

‘Ik maak me met name zorgen over het gebrek aan verpleegkundigen. Je ziet dat overal: op de bevalkamers, op de klinische afdeling, de kinderafdeling. Het zou helpen als we het verpleegkundig vakgebied meer waarderen. Een hoger salaris, de opleiding aantrekkelijker maken. Ik werk vrij intensief samen met gespecialiseerde verpleegkundigen en heb hen zeer hoog zitten. Juist door de inzet van Luscii zie ik opvallend genoeg dat hun takenpakket verandert en dat zij meer regie krijgen. Vroeger gaven verpleegkundigen op de polikliniek uitleg over de bevalling, nu zijn ze daarnaast een belangrijke schakel in het monitoren van zwangeren op afstand. Verpleegkundigen zijn het eerste aanspreekpunt, zij reageren als een bloeddruk uit de pas raakt. Ik vind het uitstekend dat gynaecologen de verantwoordelijkheid voor de thuisbegeleiding delen met verpleegkundigen. Het intensiveert de onderlinge samenwerking en dat is alleen maar goed.’

 

‘Nieuwe inspiratie en energie. Dat is wat de zorgsector nodig heeft.’

Sinds ik bij Luscii werk denk ik regelmatig aan de Wereldtentoonstelling in Parijs van 1900. Elektrische straatlantaarns, roltrappen, bewegende beelden op een scherm. De mensen wisten niet wat ze zagen. Was dit echt mogelijk? Al die nieuwe uitvindingen brachten een enorme energie in de samenleving. Wat een vooruitgang! Het mooie is dat die verwondering en energie is vastgelegd in verschillende kunstwerken. Het schilderij Bal Tabarin van Jan Sluijters (1907)  is wat dat betreft een prachtig voorbeeld. Euforisch dansende mensen onder hypermoderne kunstverlichting.

Die verwondering over nieuwe mogelijkheden, die Parijzenaars voelden tijdens het fin de siècle, die ervaar ik vrijwel dagelijks bij Luscii. Ik word als verpleegkundige geconfronteerd met ontwikkelingen in de zorg die ik nooit voor mogelijk had gehouden. De toekomst, zo leer ik razendsnel, die is nu. 

Mensen met hartfalen die thuis zelf hun bloeddruk en gewicht meten. De eenvoudig te bedienen meetapparatuur is draadloos verbonden met de Luscii app. Waarden komen direct beschikbaar in het EPD van de juiste zorgverlener. En als het de verkeerde kant op dreigt te gaan nemen verpleegkundigen via een haarscherpe beeldverbinding direct contact op om de situatie te beoordelen, ver voordat er een crisissituatie is ontstaan. Hoe fijn en veilig is het voor patiënten als ze niet meer met gillende sirenes naar het ziekenhuis hoeven?

Ik ervaar dagelijks dat nieuwe mogelijkheden de zorg veranderen. Verpleegkundigen nemen de regie. Patiënten voelen zich meer betrokken bij hun eigen behandeling. De samenwerking tussen artsen en verpleegkundigen verbetert. Er ontstaat nieuwe energie in organisaties om de toekomstige uitdagingen van de sector te lijf te gaan. 

Want laten we wel wezen: die uitdagingen zijn groot. Met minder professionals zullen we de komende jaren meer zorg moeten verlenen. Tegelijkertijd besef ik dat veel artsen en verpleegkundigen nog nauwelijks op de hoogte zijn van de nieuwe mogelijkheden. Ik was dat tot voor kort ook niet, terwijl ik best nieuwsgierig ben aangelegd en veel lees over de ontwikkelingen in mijn vakgebied. 

Daarom maak ik voor Luscii een serie interviews. Verpleegkundigen, artsen, innovatiemanagers en onderzoekers. Zij mogen vertellen over hun dagelijkse werk, over hoe ze vanuit hun positie aankijken tegen de uitdagingen van de sector, en hoe het is om in de praktijk patiënten op afstand te begeleiden. Daarnaast bied ik mensen een podium die op andere manieren bijdragen aan een toekomstbestendige gezondheidszorg. Want dat is wat we nu nodig hebben in de zorgsector: energie en inspiratie. Ben jij als arts of verpleegkundige met iets moois bezig dat helpt om de zorg toegankelijk te houden? Neem dan vooral contact met me op!

Hugo@luscii.com

Hugo van der Wedden is verpleegkundige en medisch socioloog. Hij stond aan het bed in verschillende ziekenhuizen op de meest uiteenlopende specialismen. In Nursing heeft hij al jaren een vaste column. Als ‘voice of Luscii’ is het zijn taak om de stem van mensen uit de praktijk te laten doorklinken in alles wat Luscii doet.

‘Geen gillende sirenes: een wereld van verschil’

CCU verpleegkundige Bep Sonneveld werkt al 35 jaar op de cardiologie. Ze maakte de opkomst van de trombolyse mee en de eerste katheterisatie- en dotterbehandelingen. Sinds kort begeleidt ze patiënten op afstand met de Luscii app. Aanvankelijk was Bep sceptisch, maar dat maakte al snel plaats voor enthousiasme.

Waarom zoveel liefde voor cardiologie?

‘Vijfendertig jaar geleden ben ik als verpleegkundige inservice opgeleid. Ik moest op alle afdelingen in het ziekenhuis stage lopen en verloor mijn hart aan de cardiologie. Dat zit hem deels in de technische handelingen, maar vooral in het begeleidingsaspect. Ik zie regelmatig angstige mensen. Hen geruststellen en informeren, dat vind ik mooi om te mogen doen. Dat zo’n klein orgaan als het hart zoveel impact heeft, blijft me verwonderen.’ 

Wat doe je nu precies in het ziekenhuis?

‘Ik heb een combi-baan. Op de hartbewaking verpleeg ik mensen die enkele uren eerder gekatheteriseerd zijn. Anderen lijden aan acuut hartfalen of hebben last van een ritmestoornis. Ik verdiep me in hun achtergrond en begeleid hen de hele dag. Medicatie instellen, observeren, geruststellen, visite lopen met de arts. De doorloop is hoog. Als ik een patiënt overplaats naar een reguliere afdeling ligt de volgende al op me te wachten. Op de polikliniek zie ik dezelfde categorie patiënten, maar dan in een andere fase. De relatie is ook heel anders. Sommige van hen begeleid ik jarenlang en dan bouw je echt een band op.’

Zo’n combi-baan, heeft dat meerwaarde?

‘O ja! Soms verpleeg ik mensen op de CCU die me kennen van de polikliniek. Die zijn dan zo blij om een vertrouwd gezicht te zien. Andersom gebeurt dat trouwens ook. En zelfs als ik mensen op de polikliniek ontvang die ik niet eerder gezien heb, weet ik wel wat ze hebben doorgemaakt op de CCU. Dat draagt allemaal bij aan de continuïteit van zorg.’ 

Sinds kort begeleid je mensen met chronisch hartfalen op afstand. Hoe bevalt dat? 

‘Eigenlijk heel goed. We krijgen het gewicht, de bloeddruk en de hartslag via de app door vanuit de thuissituatie. En met een beeldverbinding kunnen we mensen zien. Dat heeft zoveel meerwaarde. Achteruitgang hebben we nu veel eerder in beeld. Je ziet bijvoorbeeld het gewicht toenemen voordat er serieuze klachten ontstaan. Zo hebben we al drie keer een acute opname voorkomen. Uiteindelijk werden het wel opnames, maar niet met gillende sirenes. Als mensen nog goed genoeg zijn om zichzelf te melden maakt dat echt een wereld van verschil.’ 

Maar je was niet meteen enthousiast? 

‘Ik dacht, nu gaan we dus alleen nog maar “computer behandelen”. Maar dat is helemaal niet zo. Met beeldbellen spreekt je patiënten niet alleen, je ziet hen ook zitten in de thuissituatie. Je kunt daardoor van alles observeren: hoe ze praten, hoe ze zitten, de kleur van de huid. Eigenlijk alles wat je normaal ook doet wanneer iemand tegenover je zit. Het voelt gewoon heel natuurlijk.’  

En zijn patiënten er ook blij mee?

‘Voor patiënten is het een toegankelijk systeem. Ze pikken het allemaal snel op. Omdat ze zelf hun bloeddruk en gewicht meten leren ze zelf ook wat hun normale waarden zijn. Het ziekte inzicht neemt daardoor toe. Bij de mensen die nog niet zolang bekend zijn met hartfalen zie ik dat monitoren op afstand vooral geruststellend werkt. De angst neemt af. Zij voelen zich goed in de gaten gehouden.’

Zie je ruimte voor uitbreiding?

‘De ligduur in het ziekenhuis wordt steeds korter. Soms denk ik, hou mensen voor de zekerheid een dagje langer. Mensen met hartfalen die bijvoorbeeld nog niet zo lang van de furosemide pomp af zijn, zou ik het liefst nog even in het zicht hebben. Nu bellen we hen na drie dagen. Het zou mij een goed gevoel geven als we hen na ontslag meteen kunnen monitoren in de thuissituatie.’  

 

‘Zo komen jaarlijks duizenden mensen onnodig op de spoedeisende hulp terecht’

Ziekenhuizen liggen vol, de spoedeisende hulp is overbelast en de vergrijzing is nog lang niet op haar hoogtepunt. Hoe houden we de zorg toekomstbestendig? Luscii laat zorgprofessionals aan het woord die onderdeel zijn van de oplossing. Vandaag praten we met verpleegkundig specialist acute zorg Rudolf Tolsma. Hij onderzoekt of de triage van mensen met pijn op de borst verplaatst kan worden van de spoedeisende hulp naar de thuissituatie. 

Wat is triage en waarom is dat zo belangrijk?

‘Pijn op de borst is een veel voorkomende aanleiding voor mensen om de ambulance te bellen. Ze zijn bang voor een hartinfarct, maar vaak is er een andere oorzaak zoals stress of spierpijn. Op jaarbasis komen zo duizenden mensen op de spoedeisende hulp terecht terwijl een bezoek aan de huisarts meer op zijn plaats is. Voor patiënten is dat beangstigend en stressvol. Voor artsen en verpleegkundigen op de spoedeisende hulp betekent het dat ze hun kostbare tijd investeren in mensen die hun hulp eigenlijk niet nodig hebben. Triage is onderscheid maken, in dit geval tussen pijn die door hartschade wordt veroorzaakt en pijn met een minder ernstige herkomst. Dat is voor alle betrokkenen van belang.’

Is de triage ingewikkeld?

‘Eigenlijk niet. Artsen in de regio Utrecht hebben jaren terug een instrument ontwikkeld, de HEART score, waarmee je eenvoudig en betrouwbaar kunt voorspellen hoe groot de kans is dat de pijn op de borst wordt veroorzaakt door een hartaandoening. Hierbij wordt geluisterd naar de klachten die er zijn, het hartfilmpje wordt beoordeeld, we kijken naar de leeftijd, naar risicofactoren als diabetes, overgewicht of een eerder doorgemaakt infarct. Tot slot nemen we bloed af en beoordelen het troponinegehalte. Troponine is een enzym dat vrijkomt in het bloed als er sprake is van zuurstofschade bij het hart.’

Wat is dan het probleem? 

‘De HEART score werkt in de praktijk prima als triage-instrument. Alleen gebeurt het nu op de spoedeisende hulp vanwege de bloedtest. Als er een laag risico is mogen mensen naar huis zonder vervolgafspraak. Bij hoog risico volgt opname. Maar mensen worden dus wel allemaal naar de spoedeisende hulp gebracht. Inmiddels is de techniek zo ver gevorderd dat de bloedtest in de ambulance kan worden gedaan. Wij onderzoeken daarom of ambulanceverpleegkundigen de triage met behulp van de HEART score veilig in de thuissituatie kunnen uitvoeren. Dat zou betekenen dat een grote groep mensen met een laag risico niet meer naar het ziekenhuis hoeft.’

Hoe ervaren patiënten dat? 

‘Je moet het goed uitleggen als ambulanceverpleegkundige. En ik denk ook dat het goed uit te leggen is. Bedenk dat we vroeger ook wel mensen thuis lieten, alleen deden we dat op basis van klinisch inzicht of gevoel. De bloedtest is een extra bewijsmiddel. Mensen zijn vaak doodsbang door de pijn op hun borst, maar voelen een zucht van verlichting als het hartfilmpje geen afwijkingen laat zien en de bloedtest goed is. Overigens gaan we tijdens de studie altijd drie uur later nog een keer langs om de bloedtest te herhalen. We onderzoek of de troponine misschien toch nog door stijgt na het eerste bezoek.’

Wat gebeurt er als de ambulanceverpleegkundige het toch niet vertrouwt, ondanks een laag risico? 

‘De HEART score helpt, maar is zeker niet leidend. Als je een niet pluis gevoel hebt moet je de patiënt dan ook gewoon meenemen naar het ziekenhuis. Maar daar zijn ambulanceverpleegkundigen wijs genoeg voor.’ 

Wat ga je zelf doen als de studie is afgerond?

‘Na een periode werkzaam te zijn geweest op de spoedeisende hulp van het Isala ziekenhuis keer ik weer terug naar de ambulancezorg. Ik ben er achter gekomen dat mijn hart toch meer ligt bij de prehospitale zorg. De sector is enorm in beweging en ik ben bij mooie onderzoeken en projecten betrokken. Hoewel de uitdagingen groot zijn zie ik mooie dingen gebeuren. Op de meldkamer werd vroeger bijvoorbeeld een keuze gemaakt tussen politie, brandweer of ambulance. Nu zijn er projecten waarbij er meer gedaan wordt aan zorgcoördinatie. Zo is er bijvoorbeeld ook een arts en iemand van de thuiszorg aanwezig op de meldkamer. We kijken veel specifieker wat nodig is: een ambulance? Een huisarts? Een wijkverpleegkundige? Zo komen we steeds meer tot de juiste zorg op de juiste plaats. De patiënt staat daarbij nadrukkelijk centraal, en daar is het ons uiteindelijk allemaal om te doen!’ 

Ben jij als zorgprofessional ook onderdeel van de oplossing? Mail dan naar Hugo@luscii.com!

Luscii komt met gebruiksvriendelijk thuismeten hartritmestoornissen

Samenwerking met artificial intelligence bedrijf Coala voor beschikbaarheid van revolutionaire hartmonitor via het Luscii platform.

Onder druk van de vergrijzing is er een toename van het aantal hartritmestoornissen in Nederland. Het efficiënt volgen van patiënten is voor patiënten en hun zorgverleners nu vaak complex. Om dit te vereenvoudigen, ontwikkelt Luscii een nieuwe dienst: Luscii AF. Zij gaat daarvoor samenwerking aan met het succesvolle Zweedse A.I. bedrijf Coala Life. Dat maken beide bedrijven bekend op het jaarcongres van de European Society for Cardiology.

 

Atriumfibrilleren

In Nederland zijn ongeveer 200.000 mensen gediagnosticeerd met atriumfibrilleren (AF), een aandoening die we ook wel boezemfibrilleren noemen. De schatting is dat nog eens 100.000 mensen aan de ritmestoornis lijden zonder dit te weten. In 2017 kwamen hierdoor dagelijks meer dan honderd mensen in het ziekenhuis terecht. Een aanval van AF gaat niet zelden gepaard met hevige angsten en kan onbehandeld leiden tot hartfalen en beroertes. Diverse cardiologen die met Luscii werken, vroegen het bedrijf om gebruiksvriendelijke mogelijkheden voor thuisbegeleiding van deze groep.

 

Luscii AF

Met Luscii AF wordt het voor cardiologen eenvoudig om mensen met een ritmestoornis op afstand te volgen. Patiënten ontvangen van Luscii een gecertificeerde Coala meetsensor (zie afbeelding). Het apparaatje kan een 2-lead ECG én audio opnames van de hartactie maken alsof een arts via een stethoscoop meeluistert. Zo’n meting duurt slechts 60 seconden en kan maanden achtereen, meerdere keren per dag worden uitgevoerd, zonder gedoe met stickers. 

Kunstmatige intelligentie analyseert de data en stelt vast of en welke ritmestoornis zich manifesteert. Indien noodzakelijk wordt de cardiologie verpleegkundige gewaarschuwd. Optioneel is ook een medisch service center beschikbaar. Natuurlijk is alle data via het Luscii dashboard, direct vanuit het EPD, te raadplegen (oa. in ChipSoft HiX). 

 

Kunstmatige Intelligentie

Coala Life startte als wetenschappelijk onderzoek en perfectioneert al tien jaar hun algoritmen. Vooraanstaande cardiologen zijn nauw betrokken bij de snelgroeiende onderneming. Erik Kaufman, co-founder bij Luscii: ‘Ons uitgangspunt is dat we met Luscii reële problemen oplossen met de meest betrouwbare en gebruikersvriendelijke thuismeettechniek. De Zweden zijn op dit gebied ‘best in class’, vandaar dat we ervoor kiezen om deze revolutionaire Coala technologie in Luscii te integreren.”

 

Beschikbaarheid

Luscii AF is de komende maanden voor ontwikkel-, test- en studie-doeleinden beschikbaar in een beperkt aantal ziekenhuizen in Nederland en Engeland. Cardiologen die het willen uitproberen, kunnen zich aanmelden op www.luscii.com/AF

IMG_6079

‘Ik probeer alles bespreekbaar te maken, ook het levenseinde’

Steeds meer artsen en verpleegkundigen gebruiken de  Luscii app om hun patiënten op afstand te begeleiden. Wie zijn deze professionals? Vandaag een portret van Monique van de Kragt, physician assistant op de afdeling longgeneeskunde van het Zuyderland ziekenhuis

Ben je al lang actief in de zorg? 

Monique vd Kragt, physician assistant ‘Ik ben in 1998 in Maastricht begonnen aan de opleiding tot longfunctie-analist. Een mooi vak. Met allerlei onderzoeken help je de longarts om een goede diagnose te stellen. Hoe zit het met de longinhoud van de patiënt? Met de blaaskracht? Is er sprake van een allergie? In 2001 ben ik naar het Zuyderland ziekenhuis in Sittard gekomen. Toen ik daar de kans kreeg om physician assistant te worden heb ik die met beide handen aangepakt.’ 

Hoe ziet de dag eruit van een physician assistant?    

‘Heel afwisselend. Ik werk vooral met mensen die lijden aan COPD. Sommigen van hen zie ik ‘s middags op de polikliniek. Ik geef dan vooral uitleg over de invloed van leefstijl. ‘s Ochtends bezoek ik juist de patiënten die zijn opgenomen met een acute longaanval. Ik probeer de tijd te nemen en dieper in te gaan op voeding, beweging en angst.’ 

Zijn mensen met COPD vaak angstig?

‘Bij een longaanval zijn mensen echt doodsbenauwd, dat is heel naar om mee te maken. Daarom probeer ik altijd op de tweede dag van de opname langs te gaan. Dan heeft de behandeling vaak al enig effect. Ik probeer alles bespreekbaar te maken, ook het levenseinde. Over wensen in de toekomst, wat mensen nog wel en niet willen. Soms schrikken patiënten daarvan, maar achteraf is vrijwel iedereen blij dat ik er over ben begonnen. Een patiënt wilde nog naar Indonesië. Ik zei; als je dat nog wil, dan moet je dat echt nu doen. Hij ging meteen en heeft het geweldig gehad.’  

Wat goed dat je daar de tijd voor neemt.

‘De tijd nemen is zo belangrijk. Dat hoor ik terug van patiënten en ik merk zelf ook dat ik meer bereik. Dat mensen bijvoorbeeld stoppen met roken of beweging weer oppakken. Soms is het best een strijd om genoeg tijd voor een gesprek te organiseren, maar ik geloof echt dat het zich terugbetaalt. Artsen hebben maar tien minuten per patiënt. Wat kun je in zo’n kort tijdsbestek voor elkaar krijgen? Ze hebben het in mijn ogen veel te druk, en dan moet de echte vergrijzing nog op gang komen.’

Zo’n longaanval, begint dat altijd acuut?

‘We prediken consequent dat mensen veel moeten bewegen, maar we zien voorafgaand aan een opname vaak dat mensen dat juist steeds minder doen. Ze zijn dan bijvoorbeeld al een tijdje gestopt met fysiotherapie en gaan conditioneel langzaam achteruit. Dan hoeft er maar een virusinfectie of blaasontsteking overheen te komen en de COPD speelt weer op.’ 

Helpt monitoren op afstand om een longaanval voor te zijn? 

‘We werken nog niet zo lang met Luscii, maar ik denk wel dat het bijdraagt om achteruitgang vroeg in beeld te krijgen. Ik had een patiënt die in zes maanden zes keer in het ziekenhuis heeft gelegen. Nu hij thuismeten van Luscii gebruikt blijft hij stabieler. Een keer was het mis, we waren er vroeg bij en konden hem thuis met prednison behandelen. Hij was daar zelf ook blij mee. Het was voor hem een bevestiging dat hij op afstand goed in de gaten wordt gehouden.’

‘Er liggen veel kansen voor digitale technologie’

Steeds meer artsen en verpleegkundigen gebruiken de Luscii app om patiënten op afstand te begeleiden. Wie zijn deze zorgprofessionals? En wat doen ze precies met Luscii? Vandaag een portret van Mark Schuuring, cardioloog in opleiding. 

Heb je zelf iets met technologie?

‘ICT heb ik altijd fascinerend gevonden. Zelf websites bouwen, rommelen met serverinstellingen, ik vind het geweldig. Op het Atheneum kreeg ik er zelfs les in, maar ik heb vooral veel geleerd van een vriend die professional is. Later heb ik met een andere vriend geprobeerd een soort Marktplaats op te zetten voor klusjes. We staken er super veel energie in, zijn zelfs naar India geweest om te kijken of we delen van de site konden uitbesteden. En toen kwam plots het grote Werkspot online, dat was wel een domper.’ 

Waarom dan toch geneeskunde?

‘Thuis ging het vroeger vaak over de zorg. Mijn moeder is verpleegkundige en mijn vader werkt op de inkoopafdeling van een ziekenhuis. Het verklaart wel een beetje waarom ik uiteindelijk voor geneeskunde heb gekozen en niet voor een carrière in de ICT. Het menselijk lichaam en de werking van therapieën vind ik wel net zo interessant als een computer.’ 

Was cardiologie de juiste keuze?

‘Absoluut! Cardiologie is zo uitdagend en afwisselend. Het heeft de beschouwende kant van interne geneeskunde en het invasieve van chirurgie. Visite lopen met verpleegkundigen op de CCU, echocardiogrammen bespreken, patiënten ontslaan of juist opnemen; het komt allemaal voorbij op een dag. Soms verleen ik acute zorg. Dat betekent vooral snel en protocollair handelen. Maar ook in de begeleiding van chronisch zieke patiënten kan ik echt iets toevoegen. Wat dat betreft ben ik wel blij dat ik een periode op longgeneeskunde heb gewerkt. Oog ontwikkelen voor de kwaliteit van leven heb ik vooral daar geleerd. Voor de cardiologie als vakgebied is dat nog een beetje een aandachtspunt. We mogen soms best wat minder naar de bloeddruk vragen en wat meer naar de gevoelens van de patiënt.’ 

Hoe is het om met Luscii te werken?

‘We gebruiken de app van Luscii in het digitale zorgconcept HartWacht. Daarmee begeleiden we patiënten met aangeboren hartafwijkingen in de thuissituatie. Vanuit mijn ICT achtergrond vind ik het natuurlijk reuze interessant. Ik zie ook veel kansen voor digitale technologie. Maar in het begin was het voor iedereen best wennen. Inmiddels hebben we ervaring en heldere protocollen. Patiënten, artsen en verpleegkundigen zijn dan ook steeds enthousiaster. We verwachten dat telebegeleiding leidt tot minder polibezoek en een afname van ziekenhuisopnames. Maar of dat echt zo is weten we nog niet. We onderzoeken dat in een randomised controlled trial.’ 

Maar je hebt wel vertrouwen in de technologie?

‘Als het gaat om diagnostiek ben ik echt al overtuigd van de meerwaarde van begeleiding op afstand. Ik had een patiënt die flink last ondervond van hartkloppingen. Ze heeft van de polikliniek wel vier keer een holter-ecg meegekregen, maar het is nooit gelukt een ritme-afwijking te vangen die de klachten veroorzaakte. Met HartWacht konden we haar hartritme thuis veel langer monitoren en hebben we uiteindelijk boezemfibrilleren vastgesteld. Voor haar is dat fijn: ze weet nu wat er precies speelt en we konden meteen met passende medicatie starten’.     

 

‘Een aangeboren hartafwijking houdt altijd invloed’

Steeds meer ziekenhuizen maken gebruik van telebegeleiding om patiënten in de thuissituatie te volgen. HartWacht, een digitaal zorgconcept van Cardiologie Centra Nederland (CCN), is wat dat betreft een inspirerend voorbeeld. Patiënten meten thuis zelf bloeddruk, gewicht of het hartritme. Een app coacht de patiënt en waarschuwt de juiste zorgprofessional als daar aanleiding voor is. Onder gebruikers daalde het bezoek aan de spoedeisende hulp spectaculair. 

cardioloog AMCHartWacht wordt vooralsnog toegepast bij mensen met hartfalen, hoge bloeddruk en boezemfibrilleren. Amsterdam UMC en CCN onderzoeken nu of mensen met aangeboren hartafwijkingen ook beter af zijn met telebegeleiding. Dit jaar start een Randomized Controlled Trial onder toezicht van van Cardioloog Michiel Winter. Luscii sprak met hem over de opzet van de studie en de toekomst van telebegeleiding. 

Een aangeboren hartafwijking, komt dat vaak voor?

‘In Nederland zijn er ongeveer 50.000 mensen die daar aan lijden. De meeste aandoeningen zijn mild. Maar je hebt ook mensen die geboren worden met een complexe aandoening, zoals patiënten met slechts één functionerende hartkamer. Chirurgische technieken zijn de laatste decennia wel beter geworden. Het aantal mensen met een aangeboren hartafwijking neemt daardoor toe. Baby’s die in de jaren tachtig nog kort na de geboorte overleden hebben tegenwoordig veel grotere overlevingskansen.’

Kun je dan als patiënt gewoon oud worden?

‘Met een milde afwijking zijn je kansen om oud te worden inmiddels vrijwel gelijk aan gezonde mensen. Bij ernstige problemen ligt dat anders. Sommige mensen hebben in hun kinderjaren al meerdere operaties ondergaan. Dan gaat het lang goed, maar rond hun veertigste ontwikkelen zij toch hartfalen. Sowieso houdt een aangeboren afwijking altijd invloed, bijvoorbeeld in de vorm van boezemfibrilleren.’  

Verwacht je dat telebegeleiding iets voor hen kan betekenen?  

‘Absoluut. Normaal gaan deze mensen naar een ziekenhuis met de juiste expertise. Maar voor de samenleving is dat duur en voor de patiënt is de reis belastend. Met HartWacht kunnen we patiënten op afstand geruststellen als er niets aan de hand is. Is er wel een serieus probleem, bijvoorbeeld hartfalen, dan zien we dat eerder aankomen omdat we het gewicht, de bloeddruk en het welbevinden thuis volgen. En we kunnen daardoor eerder ingrijpen. Onderzoek moet uitwijzen of het ook zo werkt in de praktijk, maar ik heb er vertrouwen in.’

Wat zijn je belangrijkste onderzoeksvragen?

‘We gaan specifiek kijken naar mensen die minstens twee keer per jaar de polikliniek bezoeken met klachten. Is het mogelijk de acute momenten voor te zijn door hen op afstand te begeleiden? We verwachten niet meteen dat het polibezoek bezoek minder wordt, dat is allemaal zo ingesleten, we richten ons echt op het voorkomen van acute situaties.’

En hoe gaat het onderzoek eruit zien in de praktijk?

‘We stellen twee groepen samen. De ene groep wordt thuis begeleid via HartWacht. De andere groep ontvangt reguliere zorg. En over twee jaar gaan we kijken in hoeverre zij van elkaar verschillen. Het is echt een landelijk onderzoek. We zijn met een aantal ziekenhuizen in gesprek om ook hun patiënten te includeren. Er zijn minimaal tweehonderd patiënten nodig om een goed beeld te krijgen.’ 

Wat vond de medisch ethische commissie van de opzet?

‘Vooral de omgang met patiëntgegevens riep vragen op. Normaal gesproken blijven deze veilig binnen de muren van het ziekenhuis. Met zo’n ehealth opzet komt de informatie van thuis en gaat het via het digitale platform van Luscii naar het Medisch Service Centrum van HartWacht. Daar wordt het door artsen en verpleegkundigen geïnterpreteerd en vervolgens word ik daarover gebeld. Daar kwamen vragen over. Van wie zijn de patiëntgegevens precies? En waar worden ze bewaard? Uiteindelijk zijn we daar goed uitgekomen en is duidelijk vastgelegd in een protocol hoe hiermee wordt omgegaan.’

Hoe zie je de toekomst van telebegeleiding?

‘Ik had verwacht dat de digitale ontwikkeling sneller zou gaan. Iedereen heeft inmiddels Netflix en Google Maps, maar in het ziekenhuis blijven we toch een beetje achter. Samenwerking met het bedrijfsleven, zoals Luscii, is naar mijn mening de sleutel tot succes. Ik ben cardioloog. Ik ben niet gemaakt om een onderneming op te zetten of om me bezig te houden met logistieke zaken. Zorg verhuizen van het ziekenhuis naar de thuissituatie, dat is zo’n omschakeling. We hebben het bedrijfsleven dus nodig, maar wel met onze eigen ideeën. Als we goed samenwerken, kan volgens mij de hele poli cardio op termijn over op telebegeleiding in de thuissituatie. Mits er een goed systeem van deskundig toezicht omheen is gebouwd. Mensen hoeven dan alleen nog naar het ziekenhuis te komen als het echt mis is.’     

Zijn patiënten daar ook klaar voor?

‘Ik heb patiënten van tachtig die skypen met de kleinkinderen. Daar ligt het probleem niet. Zorgprofessionals moeten juist omschakelen. Maar onderschat dat niet. Als arts ben ik gewend om patiënten te zien. Ik vertrouw op mijn klinisch blik. Dat loslaten is ingewikkeld, al denk ik dat beeldbellen wat dat betreft ook mogelijkheden biedt.’  

‘Bijzonder dat ik als developer bijdraag aan het welzijn van ouderen’

Het kantoor van Luscii in Amsterdam herbergt maar liefst tien verschillende nationaliteiten. Wat beweegt mensen om te emigreren en te kiezen voor een carrière bij Luscii? Vandaag vertelt “front end developer” Cem Ekici over zijn keuze.  

Even voorstellen?

‘Ik ben Cem en ik komt uit Eskisehir. Voor Turkse begrippen is Eskisehir een relatief klein stadje, maar het in ongeveer even groot als Amsterdam. Ik ben er niet lang blijven hangen. Als front end developer verhuisde ik al snel naar Istanboel. Daar zitten de meest innovatieve ondernemingen en daar gaan dus ook alle ICT’ers naartoe.  Het bedrijf waar ik voor werkte ondersteunt startups met hun software. Best interessant en succesvol, maar de arbeidscultuur viel tegen. Het was nogal hiërarchisch en de balans tussen werk en privé werd niet erg gerespecteerd.’ 

Dus dacht je aan Amsterdam?

‘Amsterdam speelde al langer in mijn gedachten. Vrienden van mij wonen daar en tijdens een bezoek maakte de stad indruk. De leefstijl en cultuur spreken me aan. Het is allemaal wat informeler en relaxter hier. Toen ik hoorde dat er een baan vrijkwam bij Luscii heb ik dan ook meteen gesolliciteerd. Daarna ging het snel en organiseerde Luscii een soepele overgang naar Nederland. Papierwerk, tijdelijke huisvesting; het werd allemaal geregeld. Zelfs mijn vliegticket werd betaald door het bedrijf. Inmiddels woon ik in het gezellige Oud-West en heb ik echt een leven opgebouwd in Amsterdam.’ 

Hoe vind je het bij Luscii?

‘Als Front end developer is het bijzonder om voor Luscii te werken. De gebruikers van het digitale platform zijn zorgprofessionals en chronisch zieke ouderen. Artsen en verpleegkundigen zijn druk. Ze willen hun dashboard zo simpel mogelijk en vinden het belangrijk dat alle informatie uit het dossier gekoppeld is. Iedere klik die er af kan is voor hen belangrijk. Voor ouderen moet de interface juist heel toegankelijk en overzichtelijk zijn. Bij alles wat je doet hou je er rekening mee dat de gebruiker misschien niet zo ervaren is met apps en websites. Ik ben heel blij dat ik als front end developer bij kan dragen aan het welzijn van ouderen. Op een dag ben ik zelf oud. Ik hoop dat jongeren dan ook innovatieve technologieën inzetten om mijn leven aangenamer te maken.’

Luscii Engeland krijgt met Rob Brougham eigen managing director

In Engeland bestaat er een groeiende vraag naar telemonitoring van Luscii. Om de uitbreiding aan de Britse kant van het Kanaal in goede banen te leiden komt Rob Brougham het team versterken. Per 1 mei begint hij als managing director voor het Verenigd Koninkrijk.  

Impact in de zorg

Rob is succesvol ondernemer en werkte jarenlang voor British Telecom (BT) als CEO van de ehealth divisie. Onder zijn leiding leverde BT een bijdrage aan Whole Systems Demonstrator; een mondiale randomised controlled trial naar diverse telehealth systemen. De positieve impact van moderne technologie op het leven van patiënten met een chronisch ziekte maakte diepe indruk op Rob. Het aantal ziekenhuisopnames (14-20%) en bezoeken aan spoedeisende hulp (15%) daalde binnen de onderzoekspopulatie significant. De mortaliteit nam zelfs af met 45%.

‘Het verkopen van netwerken en systemen aan het bedrijfsleven is uitdagend’, zo licht Rob zijn keuze toe, ‘maar geeft niet de voldoening die telemonitoring biedt. Het verschil maken voor mensen in een moeilijke situatie is voor mij een belangrijke drijfveer.’

Ondernemend

Toen BT haar strategische koers verlegde en telehealth losliet, besloot Rob definitief over te stappen naar de ehealth business. Eerst als adviseur van diverse Engelse ehealth bedrijven. Later als CEO van leso Digital Health, dat tot de top50 snelst groeiende ehealth bedrijven van Engeland behoort. En vanaf 1 mei dus als Managing Director voor Luscii UK.

Rob ziet kansen voor Luscii in het Verenigd Koninkrijk. ‘Er zijn wel wat spelers op de markt, maar de kwaliteit en toegankelijkheid van Luscii kennen we hier nog niet.’  

Drukke zomer

Sowieso gaat Rob een drukke zomer tegemoet. Een aantal Britse ziekenhuizen staat op het punt om met Luscii in zee te gaan, terwijl anderen graag in gesprek willen over de mogelijkheden die Luscii biedt. De ambities van Luscii sluiten dan ook perfect aan bij het afgelopen kwartaal door de NHS gepresenteerde “Long term plan”. Net als Nederland kampt het Verenigd Koninkrijk met stijgende personeelstekorten in de zorgsector.

Luscii was al Apple Mobility Partner en kan in Engeland terugvallen op het uitgebreide netwerk van Omron Healthcare. Nu Rob Brougham de Engelse divisie complementeert gaan veel Britse patiënten en zorgprofessionals de komende tijd Luscii’s telemonitoring  ervaren. We vertrouwen erop dat Rob genoeg tijd vrij houdt voor zijn vrouw en dochters. Het zaalvoetbalteam waar hij deel van uitmaakt zal het overigens ook niet accepteren als hij verstek laat gaan.

Sharing Session: Waarom moeilijk doen, als het samen kan?

Op tientallen plekken in Nederland doen artsen en verpleegkundigen waardevolle ervaring op met thuismeten en beeldbellen. Ze leren elke dag nieuwe dingen; hoe je digitale zorg bij patiënten introduceert, hoe je videogesprekken voert, wanneer je drempelwaarden aanpast. Hoe zinvol zou het zijn om al die zorgverleners eens bij elkaar te brengen en van elkaars kennis te leren tijdens een Sharing Session?

“Heel erg zinvol.” aldus de verpleegkundige van het Dijklander Ziekenhuis. Longarts Erik Kapteijns trapt de middag af met zijn lessen van 1,5 jaar telemonitoring van COPD patiënten. Zo was hij vanwege de drukte liever niet in het griepseizoen gestart. Ondertussen zijn de behaalde resultaten echt indrukwekkend. Een kwart minder opnames in de onderzoekspopulatie! De opschaling is dan ook in volle gang.

Aan Sharing Tables worden onderling tips en trucs uitgewisseld over inclusie, het monitoringsprotocol en natuurlijk de groei van een paar patiënten naar grotere populaties. Kennis wordt vermenigvuldigd door ervaringen te delen!

Namens Luscii licht Daan Dohmen een tipje van de sluier op over de aanstaande ontwikkelingen. Met grote ogen en enthousiaste knikjes wordt er naar Luscii’s visie geluisterd. De magie van zorgvernieuwing maken we mogelijk met een beetje technologische hulp, maar vooral dankzij de slimme samenwerken tussen grensverleggende zorgverleners onderling.

Kon je er niet bij zijn? Geen nood! Later dit jaar zullen we weer een Sharing Session organiseren. Of er dan weer een goochelaar bij is, laten we nog even in het midden.